Het ontologisch godsbewijs van Alvin Plantinga

Alvin Plantinga geeft een interessante versie (die hij zelf overigens niet als afdoende bestempelt) gebaseerd op het axioma S5 uit de modale logica.

Laten we een wezen lokaal excellent noemen in een gegeven mogelijke wereld als het in die wereld almachtig, alwetend en volkomen goed is, en laten we het globaal excellent noemen als het in iedere mogelijke wereld lokaal excellent is. Dan kunnen we op de volgende wijze redeneren.

  1. Het is mogelijk dat een globaal excellent wezen bestaat. (Aanname)
  2. Dan is het mogelijk noodzakelijk waar dat een almachtig alwetend algoed wezen bestaat. (Want wat in alle mogelijke werelden zo is is noodzakelijk zo — dat is de definitie van noodzakelijk in de modale logica.)
  3. Maar dan is het noodzakelijk waar dat een almachtig alwetend algoed wezen bestaat. (Volgens S5)
  4. Dus bestaat een almachtig alwetend algoed wezen.

Het grote probleem zit hier natuurlijk in de aanname, en dat was precies wat Anselmus ook ontdekte: zodra we het mogelijk bestaan van God aanvaarden volgt het noodzakelijk bestaan. Ter ondersteuning van de aanname kan het volgende argument gegeven worden.

Als iets onmogelijk waar kan zijn, kunnen we ons niet voorstellen dat het waar is; als we ons iets kunnen voorstellen kan het onwaar zijn, maar niet volslagen onmogelijk. Welnu, mystici kunnen zich een almachtig, alwetend en algoed wezen voorstellen. Conclusie: een dergelijk wezen is niet onmogelijk, en dus is het mogelijk.

((Te doen.))

Steven Carr geeft het volgende tegenargument.

  1. Stel dat een alwetend, almachtig algoed wezen bestaat in alle mogelijke werelden.
  2. Veel logisch mogelijke werelden bevatten onnoemelijk veel ongerechtvaardigd lijden. (Waar „gerechtvaardigd” alles omvat wat dat lijden voor een wezen als bedoeld in stap 1 aanvaardbaar zou maken: vrije wil, compensatie in de toekomst, strafwaardigheid, ‥)
  3. Die werelden bevatten derhalve geen wezen als bedoeld in stap 1.
  4. De aanname is derhalve onjuist.

De fout hier zit in de connotatie van lijden — lijden is enkel slecht als er absoluut goed en kwaad bestaat, hetgeen zonder God niet bestaat. Carr laat ons stiekem (in het deel van stap 2 tussen haakjes) het waardensysteem uit onze wereld exporteren naar die andere werelden — maar dat mag alleen als die werelden een God hebben. Daarmee zijn die werelden logisch onmogelijk.