Weerleggingen

Ontologische argumenten kunnen ook ter weerlegging van het bestaan van God ingezet worden.

Tegenwerping (God logisch onmogelijk):
Als God een noodzakelijk bestaand wezen is, is de bewering „God bestaat” logisch noodzakelijk waar, een tautologie. Welnu, het is geen tautologie, dus het is op zijn minst mogelijk dat God niet bestaat. Maar als het mogelijk is dat God niet bestaat, bestaat God niet noodzakelijk, in tegenspraak met het uitgangspunt.
Antwoord:
Als we „God” eenvoudigweg invoeren als constante ontstaat inderdaad geen tautologie — maar dan wordt zijn noodzakelijk bestaan ook niet in de formule ingevoerd. Als we wel uitgaan van dat bestaan ontstaat wel een tautologie, want alle noodzakelijk ware zaken zijn waar: ∀x (□x → x).
Tegenwerping (Noodzakelijk wezen onmogelijk):
Er is geen logische tegenspraak in de idee dat niets bestaat. Van daar uit kan de volgende redenering gehouden worden:
  1. Zij X een gepostuleerd noodzakelijk wezen.
  2. Een noodzakelijk wezen bestaat in alle mogelijke werelden.
  3. De lege wereld is een mogelijke wereld.
  4. In de lege wereld bestaat X niet.
  5. X bestaat niet in alle mogelijke werelden.
  6. X is geen noodzakelijk wezen.
Antwoord:
Als het waar is dat ex nihilo nihil fit is een lege wereld niet mogelijk, want dan zou er in de feitelijke wereld niets zijn, volgens het volgende argument.
Als het mogelijk is dat niet bestaat, is het bestaan van überhaupt iets contingent.
Wat contingent is vereist een externe oorzaak voor zijn bestaan.
Er is geen externe oorzaak voor het bestaan van überhaupt iets.
Het is niet waar dat überhaupt iets bestaat.
Informeler: als een mogelijke wereld enkel bestaat doordat zij gedacht wordt bestaat er geen lege wereld — die immers geen denker omvat. Als dergelijke abstracta wel ongedacht kunnen bestaan zullen ze in de „lege” wereld ook bestaan, zodat die niet leeg is.
Deze redenering impliceert dat het een noodzakelijke waarheid is dat er geen noodzakelijke waarheden bestaan. Dat is een interne tegenspraak.
Als er in het geheel geen noodzakelijke zaken bestaan heeft alles een externe oorzaak nodig — een oneindige regressie.
Dit negeert de bereikbaarheidsrelatie. De lege wereld is geen vanuit onze wereld bereikbare mogelijke wereld. Als het dat wel was, zou het volgende gelden:
In de lege wereld bestaan geen abstracta, zoals logische waarheden.
Volgens de redenering uit de tegenwerping zijn logische waarheden contingent, niet noodzakelijk waar.
Een correcte logische redenering bewijst geen waarheid.