Gods Onfeilbaarheid

Zoals we eerder zagen is een transcendente geest onfeilbaar. In zoverre God gezichtspuntsonafhankelijke gedachten, overtuigingen, over de schepping heeft zijn die gedachten juist, en is God terecht overtuigd van die gedachten. In formule, als D(x) betekent „God denkt x over de schepping, dan geldt:

D(x) → x.

Dit is een tweede-orde­formule, die de stap maakt van het begrip x naar het feit x, overeenkomend met de evaluatie­functie in allerlei programmeertalen. De beschikbaarheid van deze formule leidt tot een hogere-orde­logica die wezenlijk rijker is dan de eerste-orde­logica waar we meestal mee werken.

Het bestaan van zo'n evaluatiefunctie maakt allerlei zaken reduceerbaar die anders irreducibel zouden zijn, doordat het een regel voor reductie van zaken naar (Gods) gedachten invoert. Gegeven Gods gedachte dat x, kunnen wij concluderen dat x, en daarmee valt heel veel te verklaren.

Geen enkele overtuiging van God omtrent de schepping is arbitrair, want altijd geldt dat Hij terecht overtuigd is van de juistheid van Zijn overtuiging.

((Te doen.))

Strakker trekken: mijn droom is identiek met mijn gedachten, dus „Ik denk X” en „In mijn droom X” zijn twee beweringen die hetzelfde feit weergeven, net zoals „Water heeft eigenschap X” identiek is aan „H₂O heeft eigenschap X” als X een gezichtspuntsonafhankelijke eigenschap is.

Gezichtspunts­onafhankelijkheid is nodig om aan een paar paradoxen te ontkomen die lijken op „De ochtend­ster is de avond­ster”, een bewering die inhoud heeft, ook al is ze na substitutie identiek met de tautologie „De ochtendster is de ochtendster” — een substitutie die nu juist mag doordat „De ochtendster is de avondster” waar is. Het saillante punt hier is intensie versus extensie.