Kunnen wij weten?

Kapitein Diallel stelde ons al meteen voor de eerste keuze. Vertrouwen wij ons eigen denken, en zo ja: doen we dat terecht?

Wij zijn niet onfeilbaar; wij kunnen ons vergissen. Toch zijn we soms overtuigd van sommige dingen, en menen dat we ons in dat geval niet vergissen. Is die overtuiging ooit terecht, of is het enkel toeval als we eens gelijk zouden hebben?

Kunnen wij iets weten? Kunnen wij correcte overtuigingen hebben, en inzien dat die overtuigingen correct zijn? Kunnen wij, ondanks onze fouten en vergissingen, enige grond tot vertrouwen in onze overtuigingen hebben? Zo niet, dan is iedere poging tot het begrijpen van onze wereld zinloos — hoewel we dan zelfs dat niet kunnen weten.

Het antwoord op de vraag „Kan ik iets weten?” kan immers nooit terecht „Neen” zijn — want dat zou ik dan ook niet kunnen weten (dit is verwant met de performatieve tegenspraak.

Hier zullen wij verschillende aspecten van de vraag naar de mogelijkheid van kennis en wetenschap doordenken.

((Hieronder is oud.))

Als ik wil nadenken over de wereld is de eerste vraag natuurlijk: kan ik eigenlijk wel nadenken? En als ik nadenk, kan ik dan vertrouwen op de uitkomsten van dat denken? Als ik mijn eigen denken niet kan vertrouwen heb ik een probleem, dat is duidelijk — of is dat ook al een onbetrouwbare conclusie?

Nu heb ik de koppige overtuiging dat mijn denken niet helemaal betekenisloos is. Zeker, ik maak wel eens denkfouten, maar in het algemeen kan ik toch redelijk op mijn denken vertrouwen — denk ik.

((Te doen.))

Het eerste wat we in onze denkwereld aantreffen zijn ideeën: omtrent ons denken, hoe de wereld is, hoe we ons God voorstellen, of die nu bestaat of niet. Ons vragen begint dan ook bij die ideeën — hoe houdbaar zijn die?

Het vinden van een aanvaardbaar wereldbeeld is een subtiel proces. Mijn wereldbeeld moet immers verklaren waarom ik in dat wereldbeeld geloof, en ook waarom sommige anderen dat niet doen. Een wereldbeeld waaruit volgt dat ik nooit zal kunnen weten hoe de wereld in elkaar zit is bij voorbaat verloren. Maar ook een wereldbeeld waarbij iedereen dat juist wel weet is verloren, want in de praktijk gelooft niet iedereen in mijn wereldbeeld. ((Het beeld van een cynische god die ons misleidt faalt op dit punt, want als die god ons misleidt kan ik mijn wereldbeeld niet vertrouwen.))

Terminologie van twijfel en skepsis: Carthesische twijfel, hyperbolische twijfel, methodische twijfel, methodologische twijfel, Carthesische skepsis, skepticisme.

Misschien alledaagser beginnen: hoe kunnen wij weten of een specialist gelijk heeft? Zijn inentingen goed of slecht voor ons? Moeten we sparen of beleggen? Gaat dit antivirusprogramma me beschermen, of is het juist een Trojaans paard? Dat lijkt na te gaan door zelf nader onderzoek te doen, maar dan blijkt ons steunen op diepere onzekerheden: zintuigen, logica, ..

Het diallel scherper stellen: het pad tot enigerlei wetenschap moet betrouwbaar zijn voordat ik die wetenschap kan vertrouwen.