Gods eenvoud

God is geen wezen, maar de uiteindelijke oorsprong van het zijn. Zonder Goddelijke eenvoud zou God zelf weer een oorsprong, een externe bestaansgrond hebben, iets dat (bij voorbeeld) de delen verenigt. In zekere zin heeft Hij geen aard, omdat Hij geen instantie is van enige idee — in het bijzonder geen zijnde naast andere zijnden. Om die reden werden de Christenen in de oudheid dan ook terecht beschuldigd van atheïsme.

„Thus the question of the existence of God can neither be asked nor answered. If asked, it is a question about that which by its very nature is above existence [or things that have existence], and therefore the answer — whether negative or affirmative — implicitly denies the nature of God. It is as atheistic to affirm the existence of God as it is to deny it. God is being itself, not a being.” — Paul Tillich

Een niet-eenvoudig God zou niet a Se zijn, onder meer daar eenvoud prieur aan meervoud is.

Tegenwerping (God niet eenvoudig):
De oorsprong van iets complex' is altijd iets nog ingewikkelders: mensen maken vuistbijlen, niet andersom. God moet dus ingewikkelder zijn dan het universum.
Antwoord:
De claim dat iets complexers niet uit iets eenvoudigers kan voorkomen is onzin: entropie neemt toe, niet af. Uiteindelijke oorzaken zijn meestal eenvoudiger dan hun gevolgen — zeker als men al die gevolgen bijeen neemt.
Voorbeelden te over: eenvoudige computers die ingewikkelder computers ontwerpen; evolutionaire processen die tot zeer complexe systemen leiden; Guiseppe Peano's axiomata die Kurt Friedrich Gödels stellingen onderbouwen, ‥ Een heel kort programmaatje kan binair tellen, en daarmee alle mogelijke — dus ook de meest complexe — bit­rijen produceren.
Tegenwerping (Ingewikkelde processen vergen complexe bron):
Dat is waar, maar bitrijen doen niets. Een goed-georganiseerde ingewikkeld proces ontstaat niet zomaar.
Antwoord:
Ook dat is niet waar. Wikkel die bitrijen op als een spiraal met rechte hoeken, dan vormen ze alle mogelijke twee-dimensionale configuraties. Ook dat is een triviaal stukje code.
John Horton Conway heeft het spel Life uitgevonden, een „spel” dat willekeurig complexe processen kan uitspelen op een tweedimensionaal bitpatroon. (Technisch: er valt een Turingmachine in te coderen.) Een programma dat uit een toestand de volgende toestand genereert vergt maar een paar regels code.
We kunnen nu die drie stukjes code als volgt combineren:
1
Zij P een rij patronen, in eerste instantie de lege rij. 2
Voer nu steeds de volgende stap uit:
2.1
Bereken voor ieder patroon in P de volgende toestand; al die toestanden vormen de nieuwe rij P.
2.1
Produceer de volgende bitrij, maak daar een tweedimensionaal patroon van, en voeg dat toe aan P.
Dat kleine programmaatje zal uiteindelijk iedere Lifeconfiguratie, hoe complex ook, spelen — en dus alle mogelijke digitale complexiteit uitvoeren.

((Te doen.))

Samenvoegen of harmoniëren met deze pagina, en samenbrengen met de pagina over Gods prieure eigenschappen.

Als God kan bestaan in een wereld waarin maar één zaak bestaat, kan hij geen substantie en eigenschap(pen) hebben als die twee begrippen niet samen kunnen vallen.

Gods eenvoud is vergelijkbaar met de vereniging van de natuur­krachten. Die zijn onderling verschillend, maar vallen samen in hun extreme vorm. Net als zwaartekracht geen zwakke kernkracht is, is schoonheid geen waarheid — maar Gods schoonheid valt wel samen met Gods waarheid, zoals bij de oerknal zwaarte- en zwakke kernkracht samenvielen.

Een eenvoudig God is ook tijdloos.

Aurelius Augustinus definieert in De civitate Dei XI, x Goddelijke eenvoud als volgt:
„Die natuur heet eenvoudig die niets bevat dat het kan kwijtraken, en waarvoor de bezitter en het bezetene niet onderscheiden zijn, zoals een vat en de vloeistof die het bevat, een lichaam en zijn kleur, of een ziel en diens wijsheid.”