1 Petrus

1 Petrus 1:1
De Christen als vreemdeling
Πετρος
1 Petrus 1:2
De eenheid der Drieëenheid
1 Petrus 1:2a
De uitverkiezingsgrond
1 Petrus 1:2m
Redding als reiniging
1 Petrus 1:3-5
Geloof tot hoop
Sterven en wedergeboorte
1 Petrus 1:3
Bekering als geboorte
Δια
Κυριος
1 Petrus 1:5
Δια
1 Petrus 1:6-7
Geloof tot hoop
1 Petrus 1:7
Δια
1 Petrus 1:8-9
Geloof tot hoop
1 Petrus 1:10-11
De Heilige Geest getuigt
1 Petrus 1:12
Begeerte
De verkondigingsopdracht
Δια
1 Petrus 1:12m
Heilige Geest met mate
1 Petrus 1:13
Heiligheid als kleding
Persoonlijk leven
1 Petrus 1:14-15
Godgelijkheid
1 Petrus 1:14
Begeerte
1 Petrus 1:15-16
Commentaar op Petrus
1 Petrus 1:16
Godgelijkheid
Εγω ειμι voor nadruk
1 Petrus 1:17-19
Redding als vrijkoop
1 Petrus 1:17
Gehoorzaamheid
1 Petrus 1:17a
Gods onpartijdigheid
1 Petrus 1:17z
De Christen als vreemdeling
1 Petrus 1:18-19
Het Paaslam als Christus
1 Petrus 1:20-21
Δια
1 Petrus 1:21m
Jezus blijkt God in de verrijzenis
1 Petrus 1:21z
Geloof tot hoop
1 Petrus 1:22-23
Commentaar op Petrus
Het kenmerk van het zoonschap
Het liefdesgebod
1 Petrus 1:23
Bekering als geboorte
De kracht van Gods Woord
1 Petrus 1:23z
Commentaar op 2 Timotheüs
1 Petrus 1:24-25a
Vergankelijkheid als gras
1 Petrus 1:24-25
De verkondigingsopdracht
1 Petrus 1:25
Κυριος
1 Petrus 2:1-3
De Christen als groeiend
Hoogachting
1 Petrus 2:2-3
Het kenmerk van het zoonschap
1 Petrus 2:3
Gods goedertierenheid
Overige aanhalingen
Κυριος
1 Petrus 2:4-8
De gemeente als tempel
1 Petrus 2:4-5
Jezus als fundament
Wij mogen actief aan onze redding werken
1 Petrus 2:5
Δια
1 Petrus 2:6-8
Aanhalingen omtrent de Rots
Jezus als fundament
1 Petrus 2:6-7a
Geloof tot hoop
1 Petrus 2:6
Onze moedertaal
1 Petrus 2:7-9
Gods soevereine uitverkiezing
1 Petrus 2:7-8
Jezus als fundament
Πετρα
1 Petrus 2:7
Onze moedertaal
1 Petrus 2:9-10
De Christen als vreemdeling
De verkondigingsopdracht
1 Petrus 2:9
De Leidinggever als licht
1 Petrus 2:11
De Christen als vreemdeling
Geest en vlees bij Paulus
Lichamelijke begeerte
1 Petrus 2:12
De opzieners
Leven jegens de ander
1 Petrus 2:13-14
Overheden
1 Petrus 2:13
Δια
Κυριος
1 Petrus 2:14
Ἡγεμων
1 Petrus 2:15-16
Leven jegens de ander
1 Petrus 2:16
Leven in vrijheid
1 Petrus 2:17
De eeuwige dood
Het liefdesgebod
Overheden
1 Petrus 2:18-24
De Christen in de wereld
1 Petrus 2:18
Eufemisme
Slavernij
„Heer”
1 Petrus 2:19-20
Houding tegenover lijden
1 Petrus 2:19
Δια
1 Petrus 2:20-24
Lijden
1 Petrus 2:21-24
Houding tegenover vijanden
1 Petrus 2:21-23
Jezus was geen rechter
1 Petrus 2:22
Aanhalingen betreffende dood en opstanding van Jezus
1 Petrus 2:24-25
Aanhalingen betreffende lijden en sterven van Jezus
1 Petrus 2:24
Ξυλον
1 Petrus 2:25
De opzieners
Redding als vondst door de Herder
1 Petrus 3:1-7
De eega
1 Petrus 3:1-4
Huwelijksregels
1 Petrus 3:1-2
De Christen in de wereld
1 Petrus 3:1
Eufemisme
Δια
1 Petrus 3:2
Leven jegens de ander
1 Petrus 3:3
„Zorg”
1 Petrus 3:5-6
Huwelijksregels
1 Petrus 3:6
De eega
Κυριος
1 Petrus 3:7
Commentaar op Petrus
Gebed
Huwelijksregels
Lichaam als aardewerk
1 Petrus 3:7a
Eufemisme
1 Petrus 3:8-9
Het liefdesgebod
Houding tegenover vijanden
Medelijden
1 Petrus 3:10-12
Overige aanhalingen
1 Petrus 3:10
Γλωσσα
1 Petrus 3:12
Het smeekgebed
Κυριος
1 Petrus 3:13-14
De Christen in de wereld
1 Petrus 3:14-18
Houding tegenover lijden
1 Petrus 3:14
Δια
1 Petrus 3:14z-15
Aanhalingen over God slaan op Jezus
1 Petrus 3:15-16
Het verkondigend spreken
Leven jegens de ander
1 Petrus 3:15
Nederlandse woorden
Αιτεω
Κυριος
1 Petrus 3:17
Christelijke goedheid
De Christen in de wereld
1 Petrus 3:18-20
Geesten van overledenen
Theodicee
1 Petrus 3:18
Heil door Jezus
1 Petrus 3:19-20
Het oordeel
1 Petrus 3:19
Het dodenrijk
1 Petrus 3:20-21
Δια
1 Petrus 3:20
De ziel als teleenheid
1 Petrus 3:20z-21a
Typen
1 Petrus 3:20z
De wateren
1 Petrus 3:21
De doop
1 Petrus 4:1-3
Keuzevrijheid
1 Petrus 4:2
Lichamelijke begeerte
1 Petrus 4:3z
Begeerte
1 Petrus 4:4-5
Verantwoordelijkheid
1 Petrus 4:5
Theodicee
1 Petrus 4:6
Theodicee
1 Petrus 4:7
Σωφρων
1 Petrus 4:7z
Gebed
Persoonlijk leven
1 Petrus 4:8
Het liefdesgebod
1 Petrus 4:10
Het onderscheiden van geesten
Διακονω
1 Petrus 4:11
De mens
Het tijdperk der tijdperken
„Macht”
1 Petrus 4:11z
Δια — handelende persoon
1 Petrus 4:12-19
De Christen in de wereld
Houding tegenover lijden
1 Petrus 4:14
Deelgeesten binnen God
Jezus' ονομα
1 Petrus 4:15
De opzieners
1 Petrus 4:18
Overige aanhalingen
Σεβομαι
1 Petrus 4:19
Christelijke goedheid
Gods trouw
1 Petrus 5:1-5a
De opzieners
1 Petrus 5:2
De opzieners
1 Petrus 5:5z
Hoogachting
Overige aanhalingen
1 Petrus 5:7
Patroon-cliëntverhoudingen
1 Petrus 5:7a
Μεριμνα
1 Petrus 5:8-9
Geloof
Lijden
1 Petrus 5:8a
Persoonlijk leven
Waakzaamheid
1 Petrus 5:8z
Satan — ongesorteerd
1 Petrus 5:10
De hemelbeloning
Doel van het lijden
1 Petrus 5:11
„Macht”
1 Petrus 5:12
Δια
1 Petrus 5:13
Codering
Johannes Marcus
1 Petrus 5:14
Kus