Δια der handelende persoon

Het andere gebruik van δια met de genitivus is om de handelende persoon aan te duiden.

(Sommige dezer verzen, zoals die waarin God spreekt "door de profeet", kunnen ook als pad waardoorheen opgevat worden.)

Mattheüs 1:22
Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
Mattheüs 2:5
Zij zeiden tot hen: Te Betlehem in Judea, want aldus staat geschreven door de profeet:
Mattheüs 2:15
en daar bleef hij tot de dood van Herodes, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen.
Mattheüs 2:23
en, daar gekomen, vestigde hij zich in een stad, genaamd Nazaret, opdat in vervulling zou gaan hetgeen door de profeten gesproken is, dat Hij Nazoreeer zou heten.
Mattheüs 4:14
opdat vervuld zou worden het woord, door de profeet Jesaja gesproken, toen hij zeide:
Mattheüs 8:17
opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen.
Mattheüs 12:17
opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet Jesaja, toen hij zeide:
Mattheüs 13:35
opdat vervuld zou worden het woord, gesproken door de profeet, toen hij zeide: Ik zal mijn mond opendoen met gelijkenissen, Ik zal verkondigen wat sinds de grondlegging der wereld verborgen gebleven is.
Mattheüs 18:7
Wee de wereld om de verleidingen tot zonde. Want er moeten verleidingen komen, maar wee die mens, door wie de verleiding komt.
Mattheüs 21:4
Dit is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken is door de profeet, toen hij zeide:
Mattheüs 24:15
Wanneer gij dan de gruwel der verwoesting, waarvan door de profeet Daniël gesproken is, op de heilige plaats ziet staan (wie het leest, geve er acht op)
Mattheüs 26:24
De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren was.
Mattheüs 27:9
Toen werd vervuld hetgeen gesproken is door de profeet Jeremia, toen hij zeide: En zij namen de dertig zilverlingen, de geschatte waarde van de geschatte, die zij geschat hadden van de kinderen Israëls,
Marcus 14:21
Want de Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed, als hij niet geboren was.
Lukas 17:1
Hij zeide tot zijn discipelen: Het is onmogelijk, dat er geen verleidingen komen, maar wee hem, door wie zij komen!
Lukas 18:31
Hij nam de twaalven terzijde en sprak tot hen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem, en al wat door de profeten geschreven is, zal aan de Zoon des mensen volbracht worden.
Lukas 22:22
Want de Zoon des mensen gaat wel heen, naar hetgeen beschikt is, doch wee die mens, door wie Hij verraden wordt!
Johannes 1:3
Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is.
Johannes 1:7
deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden.
Johannes 1:10
Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend.
Johannes 1:17
want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.
Johannes 3:17
Want God heeft zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde.
Johannes 6:57
Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij.

Dit kan ook een pars pro toto zijn, met de handelende persoon in de tweede naamval of als bezittelijk voornaamwoord.

Marcus 6:2
En toen de sabbat aangebroken was, begon Hij te leren in de synagoge. En zeer velen van die Hem hoorden, stonden versteld en zeiden: Waar heeft Hij deze dingen vandaan en wat is dat voor een wijsheid, die Hem gegeven is? En zulke krachten, als door zijn handen geschieden?
Lukas 1:70
(gelijk Hij gesproken heeft door de mond zijner heilige profeten van oudsher)
Lukas 1:76-19
En gij, kind, zult een profeet des Allerhoogsten heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan zijn volk te geven kennis van heil in de vergeving hunner zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmede de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg des vredes.

Dit valt niet altijd te onderscheiden van het pad waardoorheen.

1 Petrus 4:11z
opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid! Amen.
(Is het de handelende persoon Jezus of de mens, met Jezus als kanaal?)