Απωλεια

Waarschijnlijk van απολλυμι. (Nog uitwerken.)

Mattheüs 7:13
Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan;
Mattheüs 26:8
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: Waartoe die verkwisting?
Marcus 14:4
En sommigen spraken verontwaardigd tot elkander: Waartoe dient die verkwisting der mirre?
Johannes 17:12
Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Handelingen 8:20
Maar Petrus zeide tot hem: Uw geld zij met u ten verderve, daar gij gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen verwerven.
Handelingen 25:16a
Ik antwoordde hun, dat Romeinen niet de gewoonte hebben, een mens bij wijze van gunst uit te leveren;
(Late handschriften voegen toe: "ten verderve".)
Romeinen 9:22
En als God nu, zijn toorn willende tonen en zijn kracht bekend maken, de voorwerpen des toorns, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft;
Filippenzen 1:28z
Hierin is voor hen een aanwijzing van hun verderf, doch van uw behoud, en dat van Godswege.
Filippenzen 3:19
Hun einde is het verderf, hun God is de buik, hun eer stellen zij in hun schande, zij zijn aardsgezind.
2 Thessalonicenzen 2:3
Laat niemand u misleiden, op welke wijze ook, want eerst moet de afval komen en de mens der wetteloosheid zich openbaren, de zoon des verderfs,
Hebreeën 10:39
Doch wij hebben niets van doen met nalatigheid, die ten verderve leidt, doch met geloof, dat de ziel behoudt.
2 Petrus 2:1-3
Toch zijn er ook valse profeten onder het volk geweest, zoals ook onder u valse leraars zullen komen, die verderfelijke ketterijen zullen doen binnensluipen, zelfs de Heerser, die hen gekocht heeft, verloochenende en een schielijk verderf over zichzelf brengend. En velen zullen hun losbandigheden {ασελγια, maar veel late handschriften hebben απωλεια} navolgen, zodat door hun schuld de weg der waarheid gelasterd zal worden;
en zij zullen uit hebzucht met verzonnen redeneringen u als koopwaar behandelen; maar het oordeel houdt zich reeds lang met hen bezig en hun verderf sluimert niet.
2 Petrus 3:7
Maar de tegenwoordige hemelen en de aarde zijn door hetzelfde woord als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en van de ondergang der goddeloze mensen.
2 Petrus 3:16z
Daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat de onkundige en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien, evenals trouwens de overige schriften.
Openbaring 17:8a
Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond en het vaart ten verderve;
Openbaring 17:11
En het beest, dat was en niet is, is zelf ook de achtste, maar het is uit de zeven en het vaart ten verderve.

Ook van ολλυμι komt ολεθρος.

1 Korinthiërs 5:5
leveren wij in de naam van de Here Jezus die man aan de satan over tot verderf van zijn vlees, opdat zijn geest behouden worde in de dag des Heren.
1 Thessalonicenzen 5:3
Terwijl zij zeggen: het is (alles) vrede en rust, overkomt hun, als de weeën een zwangere vrouw, een plotseling verderf, en zij zullen geenszins ontkomen.
2 Thessalonicenzen 1:9
Dezen zullen boeten met een eeuwig verderf, ver van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte,
(Dit vers toont dat ολεθρος geen annihilatie betekent: het duurt eeuwig en heeft een plaats.)

Éénmaal komen beide samen voor, in parallellie.

1 Timotheüs 6:9
Maar wie rijk willen zijn, vallen in verzoeking, in een strik, en in vele dwaze en schadelijke begeerten, die de mensen doen wegzinken in verderf {ολεθρος} en ondergang {απωλεια}.