Contextuele informatie

Dit onderdeel bevat "historie", in de oude betekenis van "wat er zoal te vertellen en uit te leggen valt over de zaken in deze wereld", om de Bijbelse boodschap in context te kunnen plaatsen.

De gewone eenheid voor een contingent mannen was in het gehele oude Nabije Oosten vijftig. Ook de soldaten in het leger van Troje waren in vijftigtallen ingedeeld.

2 Samuël 15:1
Hierna schafte Absalom zich een wagen en paarden aan, benevens vijftig mannen die voor hem uit moesten lopen.
1 Koningen 1:5
Adonia nu, de zoon van Chaggit, was zo overmoedig te denken: Ik zal koning worden; hij schafte zich wagens en ruiters aan en vijftig mannen, die voor hem uit liepen.
1 Koningen 18:4
Toen Izebel de profeten des Heren uitroeide, had Obadja honderd profeten genomen en hen, vijftig bij vijftig, in een spelonk verborgen en met brood en water verzorgd.
1 Koningen 18:13z
Toen heb ik van de profeten des Heren honderd man verborgen, vijftig bij vijftig in een spelonk, en ik heb hen met brood en water verzorgd.
2 Koningen 2:7
Vijftig man van de profeten waren ook gegaan, maar bleven op verre afstand staan, toen zij beiden aan de Jordaan stilstonden.
2 Koningen 2:16-17
En zij zeiden tot hem: Zie toch, er zijn onder uw knechten vijftig kloeke mannen; laat hen toch uw heer gaan zoeken, of niet misschien de Geest des Heren hem heeft opgenomen en op een van de bergen of in een van de dalen heeft neergeworpen. Maar hij zeide: Zendt ze niet. Doch, toen zij bij hem aandrongen tot schamens toe, zeide hij: Zendt ze dan maar. Zij zonden dan vijftig man, en dezen zochten drie dagen lang, maar vonden hem niet.
2 Koningen 15:25
Zijn hoofdman Pekach, de zoon van Remaljahu, smeedde een samenzwering tegen hem en sloeg hem dood te Samaria, in de burcht van het koninklijk paleis, ook Argob en Arje, met de hulp van vijftig mannen uit de Gileadieten; hij doodde hem en werd koning in zijn plaats.
Jesaja 3:1-3
Voorwaar, zie, de Here, de Here der heerscharen, neemt steun en stut uit Jeruzalem en Juda weg: elke steun van brood en elke steun van water; held en krijgsman, rechter en profeet, waarzegger en oudste, hoofdman over vijftig en aanzienlijke, raadsheer en kundig handwerksman en schrander bezweerder.

In Israël zien we die contingentgrootte door de verder decimale indeling heenbreken.

Exodus 18:21
Daarnaast moet gij onder het gehele volk omzien naar flinke, godvrezende, betrouwbare mannen, die winstbejag haten, en hen over hen aanstellen als oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien.
Exodus 18:25
Onder geheel Israël koos Mozes flinke mannen en stelde hen aan als hoofden over het volk, oversten van duizend, oversten van honderd, oversten van vijftig en oversten van tien.
Deuteronomium 1:15
Daarop nam ik de hoofden van uw stammen, wijze en ervaren mannen, en stelde hen als hoofden over u aan, oversten over duizend, oversten over honderd, oversten over vijftig en oversten over tien, en opzieners voor uw stammen.
1 Samuël 8:12
hij zal hen aanstellen als oversten over duizend en oversten over vijftig; zij zullen zijn akkerland ploegen en zijn oogst binnenhalen; zijn wapens en wagentuig zullen zij vervaardigen.
2 Koningen 13:7
Waarlijk, hij had aan Joachaz geen krijgsvolk overgelaten dan vijftig ruiters, tien strijdwagens en tienduizend man voetvolk; want de koning van Aram had hen te gronde gericht en hen gemaakt als stof bij het dorsen.
Zie ook
2 Koningen 1:9-14.

Ook in Jezus' tijd was dit nog het gewone aantal.

Marcus 6:40
En zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig.
Lukas 9:14z
En Hij zeide tot zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.

Een ander traditioneel aantal is het tweetal, buiten de Bijbel ook bekend uit Homeros en de Oegaritische literatuur.

Jozua 2:1a
Jozua, de zoon van Nun, zond van Sittim heimelijk twee verspieders uit met de opdracht: Gaat heen, neemt het land in ogenschouw en Jericho.
Jozua 6:22
Maar tot de twee mannen die het land verspied hadden, zeide Jozua: Gaat het huis van de hoer binnen en brengt de vrouw en allen, die haar toebehoren, naar buiten, zoals gij haar gezworen hebt.
1 Samuël 10:2a
Wanneer gij heden van mij zijt heengegaan, zult gij twee mannen ontmoeten bij het graf van Rachel, in het gebied van Benjamin, te Selsach.
1 Koningen 2:39
Na verloop van drie jaren liepen twee slaven van Simi weg naar Akis, de zoon van Maaka, de koning van Gat, en men deelde Simi mee: Zie, uw slaven zijn te Gat.
2 Koningen 5:22-23
Mijn heer heeft mij gezonden met deze boodschap: Zie zojuist zijn twee jonge mannen uit de profeten tot mij gekomen van het gebergte Efraim. Geef hun toch een talent zilver en twee bovenklederen. En Naaman zeide: Wees zo goed en neem twee talenten. En hij drong bij hem aan. Daarop liet hij twee talenten zilver in twee buidels pakken, benevens twee bovenklederen en gaf die aan twee van zijn knechten, die ze voor hem uit droegen.
2 Koningen 7:14
Daarop namen zij twee wagens met paarden, en de koning zond die het leger der Arameeers achterna met de opdracht: Gaat en ziet.
Esther 2:21
in die dagen dan, toen Mordekai in de poort des konings zat, werden Bigtan en Teres, twee hovelingen des konings, behorende tot de dorpelwachters, zeer verbitterd en zij trachtten aan koning Ahasveros de hand te slaan.
(Zie ook Esther 2:23a, Esther 6:2.)
Jesaja 21:7
Ziet hij een stoet ruiters, twee aan twee, een troep ezels, een troep kamelen, laat hij dan goed acht geven met grote opmerkzaamheid.
Jesaja 21:9a
zie, daar komt een troep mannen, een stoet ruiters, twee aan twee.
Marcus 6:7
En Hij riep de twaalven tot Zich en begon hen uit te zenden, twee aan twee, en gaf hun macht over de onreine geesten.
Lukas 10:1
Daarna wees de Here nog tweeënzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou.
Zie ook
Numeri 11:26, 2 Samuël 23:20a.
Twee knechten meenemen: Genesis 22:3, Numeri 22:22, 1 Samuël 28:8a.
Dieren (behalve paartjes): Richteren 15:4, 1 Samuël 6:7, 1 Samuël 6:10, 2 Koningen 2:24z

Een goed begrip van de betekenis van het 'slapie' in het leger maakt uitdrukkingen zoals in 1 Samuël 11:11 begrijpelijk, of de waarschijnlijke relatie tussen de twee helden in 1 Kronieken 11:22. Ook verklaart het de even getallen in 1 Kronieken 26:17-18.

Prediker 4:9-12
Twee zijn beter dan één, omdat zij een goede beloning hebben bij hun zwoegen. Want, indien zij vallen, dan richt de een de ander weer op; maar wee de éne die valt zonder dat een metgezel hem opricht! Ook indien er twee nederliggen, zullen zij warm worden, maar hoe zal één alleen warm worden? Kan iemand er één overweldigen, twee zullen tegenover hem kunnen standhouden; en een drievoudig snoer wordt niet spoedig verbroken.