Δια van reden

Met de accusativus geeft δια de oorzaak of reden aan. ((„Ten gevolge van” — dat vangt ook „door de Wet” e.d., en toont het beeld van de ijsbreker.))

Mattheüs 6:25
Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of drinken, of over uw lichaam, waarmede gij het zult kleden. Is het leven niet meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding?
Mattheüs 10:22
En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Mattheüs 12:27
En indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
Mattheüs 12:31
Daarom zeg Ik u: Alle zonde en lastering zal de mensen vergeven worden, maar de lastering van de Geest zal niet vergeven worden.
Mattheüs 13:5
Een ander deel viel op de steenachtige plaatsen, waar het niet veel aarde had, en terstond schoot het op, omdat het geen diepe aarde had,
maar toen de zon opkwam, verschroeide het en omdat het geen wortel had, verdorde het.
Mattheüs 13:13a
Daarom spreek Ik tot hen in gelijkenissen,
Mattheüs 13:21
maar hij heeft geen wortel in zich, doch is iemand van het ogenblik; wanneer echter verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komt hij terstond ten val.
Mattheüs 13:52
Hij zeide tot hen: Daarom is iedere schriftgeleerde, die een discipel geworden is van het Koninkrijk der hemelen, gelijk aan een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen te voorschijn brengt.
Mattheüs 13:58
En Hij deed daar niet vele krachten wegens hun ongeloof.
Mattheüs 14:2-3
en hij zeide tot zijn dienaars: Dat is Johannes de Doper; hij is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in hem. Want Herodes had Johannes laten grijpen, geboeid en gevangengezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus;
Mattheüs 14:9
En de koning werd bedroefd, maar om zijn eden, en om hen die mede aanlagen, beval hij het haar te geven,
Mattheüs 15:3
Hij antwoordde hun en zeide: Waarom overtreedt ook gij ter wille van uw overlevering zelfs het gebod Gods?
Mattheüs 15:6
Zo hebt gij het woord Gods van kracht beroofd ter wille van uw overlevering.
Mattheüs 17:20
Hij zeide tot hen: Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterdzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn.
Mattheüs 18:23
Daarom is het Koninkrijk der hemelen te vergelijken met een koning, die afrekening wilde houden met zijn slaven.
Mattheüs 19:12
Er zijn immers gesnedenen, die zo uit de moederschoot geboren zijn, en er zijn gesnedenen, die door de mensen gesneden zijn, en er zijn gesnedenen, die zichzelf gesneden hebben, ter wille van het Koninkrijk der hemelen. Die het vatten kan, die vatte het.
Mattheüs 21:43
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt.
Mattheüs 23:14
Wee u, schriftgeleerden en Farizeeën, gij huichelaars, want gij eet de huizen der weduwen op, terwijl gij voor de schijn lange gebeden uitspreekt. Daarom zult gij zwaarder oordeel ontvangen.
Mattheüs 23:34
Daarom, zie, Ik zend tot u profeten en wijzen en schriftgeleerden. Van hen zult gij sommigen doden en kruisigen en van hen zult gij anderen geselen in uw synagogen en vervolgen van stad tot stad,
Mattheüs 24:9
Dan zullen zij u overleveren aan verdrukking en zij zullen u doden, en gij zult door alle volken gehaat worden om mijns naams wil.
Mattheüs 24:12
En omdat de wetsverachting toeneemt, zal de liefde van de meesten verkillen.
Mattheüs 24:22
En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.
Mattheüs 24:44
Daarom, weest ook gij bereid, want op een uur, dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des mensen.
Mattheüs 27:18-19
Want hij wist, dat zij Hem uit nijd hadden overgeleverd. Terwijl hij nu op de rechterstoel zat, zond zijn vrouw hem de boodschap: Bemoei u toch niet met die rechtvaardige, want ik heb heden in een droom veel om Hem geleden.
Marcus 2:4
En daar zij deze niet tot Hem konden brengen vanwege de schare, namen zij de dakbedekking weg boven de plaats, waar Hij was, en na het dak opengebroken te hebben, lieten zij de matras neder, waarop de verlamde lag.
Marcus 2:27
En Hij zeide tot hen: De sabbat is gemaakt om de mens, en niet de mens om de sabbat.
Marcus 3:9
En Hij zeide tot zijn discipelen, dat een scheepje in zijn nabijheid moest blijven met het oog op de schare, opdat zij Hem niet zouden verdringen.
Marcus 4:5-6
Een ander deel viel op steenachtige bodem, waar het niet veel aarde had, en terstond schoot het op, omdat het geen diepe aarde had. Maar toen de zon opging, verschroeide het, en omdat het geen wortel had, verdorde het.
Marcus 4:17
Doch zij hebben geen wortel in zich, maar zijn mensen van het ogenblik; wanneer later verdrukking of vervolging komt om der wille van het woord, komen zij terstond ten val.
Marcus 5:4
want hij was dikwijls met voetboeien en ketenen gebonden geweest en de ketenen waren door hem stukgetrokken en de voetboeien vernield, en niemand was bij machte hem te bedwingen.
Marcus 6:6
En Hij verwonderde Zich over hun ongeloof. En Hij ging de omliggende dorpen rond en leerde.
Marcus 6:14
En koning Herodes hoorde van Hem, want zijn naam was bekend geworden; en men zeide: Johannes de Doper is opgewekt uit de doden en daarom werken die krachten in Hem.
Marcus 6:17
Want hij, Herodes, had Johannes laten grijpen en geboeid gevangen gezet, ter wille van Herodias, de vrouw van zijn broeder Filippus, omdat hij haar tot vrouw genomen had.
Marcus 6:26
En ofschoon de koning zeer bedroefd werd, wilde hij het haar om zijn eden en om hen, die aanlagen, niet weigeren.
Marcus 7:29
En Hij zeide tot haar: Om dit woord, ga heen, de boze geest is uit uw dochter gevaren.
Marcus 11:24
Daarom zeg Ik u, al wat gij bidt en begeert, gelooft, dat gij het hebt ontvangen, en het zal geschieden.
Marcus 12:24
Jezus sprak tot hen: Dwaalt gij niet daarom, dat gij de Schriften niet kent noch de kracht Gods?
Marcus 13:13
En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil. Maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden.
Marcus 13:20
En indien de Here die dagen niet had ingekort, zou geen vlees behouden worden, doch ter wille van de uitverkorenen, die Hij heeft uitverkoren, heeft Hij die dagen ingekort.
Marcus 15:10
Want hij bemerkte, dat de overpriesters Hem uit nijd overgeleverd hadden.
Lukas 2:4
Ook Jozef trok op van Galilea, uit de stad Nazaret, naar Judea, naar de stad van David, die Betlehem heet, omdat hij uit het huis en het geslacht van David was,
Lukas 5:19
En toen zij geen gelegenheid vonden om hem binnen te dragen, vanwege de schare, gingen zij het dak op en lieten hem met zijn bed door de tegels in het midden neder, vlak voor Jezus.
Lukas 8:6
En een ander deel viel op de rotsbodem, en toen het opkwam, verdorde het, omdat het geen vochtigheid had.
Lukas 8:19
Zijn moeder en broeders kwamen tot Hem en zij konden Hem niet bereiken vanwege de schare.
Lukas 8:47
Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt bleef, kwam zij bevende nader, viel voor Hem neer en verhaalde Hem, voor al het volk, om welke reden zij Hem aangeraakt had en dat zij terstond beter was geworden.
Lukas 9:7
Herodes, de viervorst, hoorde alles wat er gebeurd was en wist niet wat ervan te denken, omdat door sommigen gezegd werd, dat Johannes uit de doden was opgewekt,
Lukas 11:8
Ik zeg u, zelfs al zou hij niet opstaan en ze geven, omdat hij zijn vriend was, om zijn onbeschaamdheid zou hij opstaan en hem geven, zoveel hij nodig heeft.
Lukas 11:19
Indien Ik door Beëlzebul de boze geesten uitdrijf, door wie doen uw zonen het dan? Daarom zullen zij rechters over u zijn.
Lukas 11:49
Daarom zegt ook de wijsheid Gods: Ik zal tot hen zenden profeten en apostelen en van hen zullen zij sommigen doden en vervolgen,
Lukas 12:22
En Hij zeide tot zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of over uw lichaam, waarmede gij u zult kleden.
Lukas 14:20
Weer een ander zeide: Ik heb een vrouw getrouwd en daarom kan ik niet komen.
Lukas 18:5
toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan.
Lukas 19:11
Toen zij daarnaar luisterden, sprak Hij nog een gelijkenis uit, omdat Hij dicht bij Jeruzalem was en zij meenden, dat het Koninkrijk Gods terstond openbaar zou worden.
Lukas 21:17
en gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil.
Lukas 23:8
Toen Herodes Jezus zag, was hij zeer verheugd. Want hij had Hem reeds geruime tijd willen zien, omdat hij van Hem hoorde, en hij hoopte een of ander teken door Hem te zien geschieden.
Lukas 23:19
En deze was wegens een oproer, dat in de stad was voorgevallen, en een doodslag gevangengezet.
Lukas 23:25
En hij liet de man los, die wegens oproer en doodslag was gevangengezet, die zij eisten, doch Jezus gaf hij over aan hun wil.
Johannes 1:31
En zelf wist ik niet van Hem, maar opdat Hij aan Israël zou geopenbaard worden, daarom kwam ik dopen met water.
Johannes 2:24
maar Jezus zelf vertrouwde Zichzelf hun niet toe, omdat Hij hen allen kende
Johannes 3:29
Die de bruid heeft, is de bruidegom; maar de vriend van de bruidegom, die erbij staat en naar hem luistert, verblijdt zich met blijdschap over de stem van de bruidegom. Zo is dan deze mijn blijdschap vervuld.
Johannes 4:39
En uit die stad geloofden vele der Samaritanen in Hem om het woord der vrouw, die getuigde: Hij heeft mij gezegd alles wat ik gedaan heb.
Johannes 4:41-42
En nog veel meer werden er gelovig om zijn woord, en zij zeiden tot de vrouw: Wij geloven niet meer om wat gij zegt, want wij zelf hebben Hem gehoord en weten, dat deze waarlijk de Heiland der wereld is.
Johannes 5:16
En daarom wilden de Joden Jezus vervolgen, omdat Hij deze dingen op sabbat deed.
Johannes 5:18
Hierom dan trachtten de Joden des te meer Hem te doden, omdat Hij niet alleen de sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en Zich dus met God gelijkstelde.
Johannes 6:65
En Hij zeide: Daarom heb Ik u gezegd, dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem van de Vader gegeven zij.
Johannes 7:13
Toch sprak niemand vrijuit over Hem, uit vrees voor de Joden.
Johannes 7:22
Daarom: Mozes heeft u de besnijdenis gegeven (niet, dat zij van Mozes komt, maar van de vaderen) en gij besnijdt een mens op sabbat.
Johannes 7:43
Er ontstond dan verdeeldheid bij de schare om Hem;
Johannes 8:47
Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt.
Johannes 9:23
Daarom zeiden zijn ouders: Hij heeft zijn leeftijd, vraagt het hemzelf.
Johannes 10:17
Hierom heeft Mij de Vader lief, omdat Ik mijn leven afleg om het weder te nemen.
Johannes 10:19
Er ontstond opnieuw verdeeldheid onder de Joden om die woorden.
Johannes 10:32
Jezus antwoordde hun: Ik heb u vele goede werken doen zien vanwege mijn Vader; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen?
Johannes 11:4
Toen Jezus het hoorde, zeide Hij: Deze ziekte is niet ten dode, maar ter ere Gods, opdat de Zoon van God erdoor verheerlijkt worde.
Johannes 11:15
en het verblijdt Mij om u, dat Ik daar niet geweest ben, opdat gij tot geloof komt; maar laten wij tot hem gaan.
Johannes 11:42
Zelf wist Ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt.
Johannes 12:9
De grote menigte uit de Joden dan kwam te weten, dat Hij daar was, en zij kwamen niet alleen om Jezus, maar ook opdat zij Lazarus zouden zien, die Hij uit de doden had opgewekt.
Johannes 12:11
daar vele der Joden ter wille van hem kwamen en in Jezus geloofden.
Johannes 12:18
Daarom ging de schare Hem ook tegemoet, omdat zij gehoord hadden, dat Hij dit teken gedaan had.
Johannes 12:27
Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure gekomen.
Johannes 12:30
Jezus antwoordde en zeide: Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u.
Johannes 12:39
Hierom konden zij niet geloven, omdat Jesaja elders gezegd heeft:
Johannes 12:42
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de synagoge te worden gebannen;
Johannes 13:11
Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zeide Hij: Gij zijt niet allen rein.
Johannes 14:11
Gelooft Mij, dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is: of anders, gelooft om de werken zelf.
Johannes 15:3
Gij zijt nu rein om het woord, dat Ik tot u gesproken heb;
Johannes 15:19
Indien gij van de wereld waart, zou de wereld het hare liefhebben, doch omdat gij van de wereld niet zijt, maar Ik u uit de wereld uitgekozen heb, daarom haat u de wereld.
Johannes 15:21
Maar dit alles zullen zij u aandoen om mijn naam, want zij kennen Hem niet, die Mij gezonden heeft.
Johannes 16:15
Al wat de Vader heeft, is het mijne; daarom zeide Ik: Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen.
Johannes 16:21z
maar wanneer zij het kind ter wereld heeft gebracht, denkt zij niet meer aan haar benauwdheid, uit vreugde, dat een mens ter wereld is gekomen.
Johannes 17:20
En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven,
Johannes 19:11z
daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde.
Johannes 19:38a
En daarna vroeg Jozef van Arimatea, een discipel van Jezus, maar in het verborgen uit vrees voor de Joden, aan Pilatus het lichaam van Jezus te mogen wegnemen;
Johannes 19:42a
daar dan legden zij Jezus neder wegens de Voorbereiding der Joden,
Johannes 20:19
Toen het dan avond was op die eerste dag der week en ter plaatse, waar de discipelen zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zeide tot hen: Vrede zij u!
Romeinen 1:26a
Daarom heeft God hen overgegeven aan schandelijke lusten,
Romeinen 2:24
Want de naam Gods wordt om u gelasterd onder de heidenen, gelijk geschreven staat.
Hebreeën 9:15a
En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond,
Hebreeën 10:2
Immers, zou anders het offeren daarvan niet opgehouden zijn, doordat degenen, die de dienst verrichten, na eenmaal gereinigd te zijn, generlei besef van zonden meer hadden?
(Letterlijk: door het niet meer besef hebben van zonden der aanbidders.)