Δια van het pad

Één gebruik van δια met de genitivus is ter aanduiding van het pad waarlangs of waardoorheen.

Mattheüs 2:12
En van Godswege in de droom gewaarschuwd om niet tot Herodes terug te keren, trokken zij langs een andere weg naar hun land terug.
Mattheüs 4:4
Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat.
Mattheüs 7:13
Gaat in door de enge poort, want wijd is de poort en breed de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan;
Mattheüs 8:28
Nadat Hij aan de overkant in het land der Gadarenen was gekomen, kwamen Hem twee bezetenen uit de grafsteden tegemoet, zeer gevaarlijke, zodat niemand langs die weg kon voorbijgaan.
Mattheüs 12:1
Te dien tijde ging Jezus op de sabbat door de korenvelden en zijn discipelen kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten.
Mattheüs 12:43
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, maar hij vindt die niet.
Mattheüs 19:24
Wederom zeg Ik u, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
Marcus 2:23
En het geschiedde, dat Hij op de sabbat door de korenvelden ging en zijn discipelen begonnen onder het gaan aren te plukken.
Marcus 9:30
En zij gingen vandaar weg en reisden door Galilea. En Hij wilde niet, dat iemand het te weten kwam.
Marcus 10:25
Het is gemakkelijker dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
Marcus 11:16
en Hij liet niet toe, dat iemand enig voorwerp door de tempel droeg;
Lukas 4:30
Maar Hij ging midden tussen hen door en vertrok.
Lukas 5:19
En toen zij geen gelegenheid vonden om hem binnen te dragen, vanwege de schare, gingen zij het dak op en lieten hem met zijn bed door de tegels in het midden neder, vlak voor Jezus.
Lukas 6:1
Het geschiedde op een sabbat, dat Hij door korenvelden ging en zijn discipelen plukten aren en aten die, ze stuk wrijvende met hun handen.
Lukas 8:4
Toen er nu veel volk samenstroomde en uit elke stad mensen tot Hem kwamen, sprak Hij door een gelijkenis:
Lukas 11:24
Zodra de onreine geest van de mens is uitgevaren, gaat hij door dorre plaatsen om rust te zoeken, en als hij die niet vindt, zegt hij: Ik zal terugkeren naar mijn huis, waar ik ben uitgevaren.
Lukas 13:24
Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen.
Lukas 17:11
En het geschiedde gedurende zijn reis naar Jeruzalem, dat Hij dwars door Samaria en Galilea trok.
Lukas 18:25
Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
Lukas 19:4
En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgeboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
Johannes 4:4
En Hij moest door Samaria gaan.
Hebreeën 11:29a
Door het geloof zijn zij door de Rode Zee gegaan als over droog land,
(Het „door .. gegaan” is een vorm van διαβαινω, doorheengaan.)

Jezus is de Weg.

Johannes 10:1
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie niet door de deur de schaapskooi binnenkomt, maar op een andere plaats inklimt, die is een dief en een rover;
maar wie door de deur binnenkomt, is de herder der schapen.
Johannes 10:9
Ik ben de deur; als iemand door Mij binnenkomt, zal hij behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan en weide vinden.
Johannes 14:6
Jezus zeide tot hem: Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door Mij.
Hebreeën 7:25
Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
Hebreeën 10:20
langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees,

Het tijdsbestek (tijdspad)

Mattheüs 18:10
Ziet toe, dat gij niet een dezer kleinen veracht. Want Ik zeg u, dat hun engelen in de hemelen voortdurend {= door alles heen} het aangezicht zien van mijn Vader, die in de hemelen is.
Mattheüs 26:61
Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen.
Marcus 2:1
En toen Hij weder te Kafarnaüm gekomen was, hoorde men na enige dagen, dat Hij thuis was.
Marcus 14:58
zeggende: Wij hebben Hem horen zeggen: Ik zal deze tempel, die met handen gemaakt is, afbreken, en binnen drie dagen een andere, niet met handen gemaakt, bouwen.
Lukas 5:5
En Simon antwoordde en zeide: Meester, de gehele nacht door hebben wij hard gewerkt en niets gevangen, maar op uw woord zal ik de netten uitzetten.

Bijzondere paden.

Johannes 19:23z
Dit kleed nu was zonder naad, aan één stuk geweven.
(Letterlijk: „van boven door geheel”, d.w.z van boven in één keer tot onder aan toe doorgeweven.