Aanliggen aan tafel

Genesis 18:8
Nog steeds bedienen Bedoeïenen hun gasten in plaats van met hen aan te zitten.

Bij het gemeenschappelijk eten was het - zoals nog steeds in de Arabische wereld - de gewoonte elkaar te eren en zijn vriendschap te betuigen door elkaar lekkere hapjes toe te stoppen. Dit te weten is van belang voor het begrijpen van de betekenis van het avondmaalsbrood.

Ten tijde van Jezus hadden de Joden de Romeinse gewoonte van het aanliggen aan tafel overgenomen. Ze lagen daarbijop de linkerzij, steunend op de linkerelleboog, en aten met de rechterhand. Om niemand met zijn hoofd bij andermans voeten te laten liggen, de deelnemers niet te ver uiteen te laten liggen en de opstelling niet te groot te maken, lagen de deelnemers als rozenblaadjes: het hoofd van de tweede persoon kwam tot de borst van de eerste, en alle benen staken lichtelijk naar buiten.

Het Griekse κατακλινω betekent neerliggen, gaan liggen, aanliggen om te gaan eten. Dit kan ook op de grond plaatsvinden.

Lukas 9:14z
En Hij zeide tot zijn discipelen: Laat hen gaan zitten in groepen van ongeveer vijftig.
Lukas 14:8a
Wanneer gij door iemand op een bruiloft genodigd zijt, ga dan niet op de eerste plaats aanliggen.
Lukas 24:30
En het geschiedde, toen Hij met hen aanlag, dat Hij het brood nam, de zegen uitsprak, het brak en hun toereikte.

Het was een teken van eer of vriendschap "aan de boezem" van iemand te liggen, dat wil zeggen: met het hoofd tegen diens borst.

Johannes 1:18
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.
Johannes 13:23-24
Een van de discipelen, dien Jezus liefhad, lag aan de boezem van Jezus; hem dan gaf Simon Petrus een wenk en zeide tot hem: Zeg, wie het is, van wie Hij spreekt. Deze, aanstonds zich aan de borst van Jezus werpende, zeide tot Hem: Here, wie is het?
Johannes 21:20
En Petrus, zich omwendende, zag de discipel volgen, dien Jezus liefhad, die zich bij de maaltijd aan zijn borst geworpen had en gezegd had: Here, wie is het die U verraadt?
(Letterlijk: die aan zijn borst aangelegen had.)

Vaak ook wordt het algemenere ανακλινω, neerleggen (tegen iets dat stut), gebruikt.

Mattheüs 8:11
Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen;
Mattheüs 14:19
En Hij beval de scharen, dat zij in het gras zouden gaan zitten, nam de vijf broden en de twee vissen, en Hij zag op naar de hemel, sprak de zegen uit, brak de broden en gaf ze aan zijn discipelen en de discipelen gaven ze aan de scharen.
Marcus 6:39
En Hij droeg hun op, dat allen groepsgewijze moesten gaan zitten op het groene gras.
Lukas 2:7
en zij baarde haar eerstgeboren zoon en wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een kribbe, omdat voor hen geen plaats was in de herberg.
Lukas 7:36
Een der Farizeeën nodigde Hem om bij hem te komen eten; en Hij kwam in het huis van de Farizeeer en ging aanliggen.
Lukas 9:15
En zij deden het en lieten hen allen nederzitten.
Lukas 12:37z
Voorwaar, Ik zeg u, hij zal zich omgorden en hen aan tafel nodigen {= doen aanliggen}, en bij hen komen om hen te bedienen.
Lukas 13:29
En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk Gods.

Nog een ander woord is αναπιπτω, achterovervallen, en van daar achterover gaan liggen, aanliggen.

Mattheüs 15:35
En Hij gaf aan de schare bevel, dat zij op de grond zouden gaan zitten.
Marcus 6:40
En zij gingen zitten in groepen van honderd en van vijftig.
Marcus 8:6a
En Hij gaf aan de schare bevel op de grond te gaan zitten.
Lukas 11:37z
En Hij kwam binnen en ging aanliggen.
Lukas 14:10
Maar wanneer gij genodigd zijt, ga dan, als gij erheen gaat, op de laatste plaats aanliggen. Dan zal misschien hij, die u genodigd heeft, wanneer hij binnenkomt, tot u zeggen: Vriend, kom meer naar voren. Dan zal dat u tot eer zijn tegenover allen, die met u aanliggen.
(Lukas 14:8-10 is een uitwerking, en deels citaat, van Spreuken 25:6-7.)
Lukas 17:7
Wie van u zal tot zijn slaaf, die voor hem ploegt of het vee hoedt, als hij van het land thuiskomt, zeggen: Kom terstond hier aan tafel {= aanliggen}?
Lukas 22:14
En toen het uur aangebroken was, ging Hij aanliggen en de apostelen met Hem.
Johannes 6:10
Jezus zeide: Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dus zitten, ten getale van omstreeks vijfduizend.
Johannes 13:12
Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weder plaats genomen had, zeide Hij tot hen: Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?

Andere woorden: ανακειμαι (345, 14x), συνανακειμαι (4873, 9x).

Mogelijk is dit ook wat Lazarus overkomt - maar waarschijnlijker is dat hij als een klein kind bij Abraham op schoot zit.

Lukas 16:22-23
Het geschiedde, dat de arme stierf en door de engelen gedragen werd in Abrahams schoot. Ook de rijke stierf en hij werd begraven. En toen hij in het dodenrijk zijn ogen opsloeg onder de pijnigingen, zag hij Abraham van verre en Lazarus in zijn schoot.