Bijbelse personen

In de Bijbel wordt dezelfde naam soms gebruikt voor persoon, stad en stam.

Kanaän

Was Noach rechtvaardig door specifiek Kanaän te vervloeken toen diens vader Cham Noach naakt had gezien? Of de vloek op zich gerechtvaardigd was blijve hier in het midden, maar de keuze van Kanaän is waarschijnlijk terecht. De relevante verzen zijn deze.

Genesis 6:10
En Noach verwekte drie zonen: Sem, Cham en Jafeth.
Genesis 9:22
Toen zag Cham, de vader van Kanaän, zijns vaders naaktheid en hij vertelde het aan zijn beide broeders buiten.
Genesis 9:24-25
Toen Noach uit zijn roes ontwaakte en vernam, wat zijn jongste zoon hem aangedaan had, zeide hij: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij hij voor zijn broeders.
Genesis 10:6
En de zonen van Cham waren Kusch, Mizraïm, Put en Kanaän.

Cham is geen jongste zoon; Kanaän wel. Daarom moeten de twee verzen uit hoofdstuk 9 waarschijnlijk als volgt gelezen worden: „Toen zag Cham, de vader van Kanaän, Chams vaders naaktheid en Kanaän vertelde het aan Chams beide broeders buiten. Toen Noach uit Noachs roes ontwaakte en vernam, wat Chams jongste zoon Noach aangedaan had, zeide Noach: Vervloekt zij Kanaän, een knecht der knechten zij Kanaän voor Chams broeders.”.

Othniël.

Jozua 15:17
Othniël nu, de zoon van Kenaz, de broeder van Kaleb, nam het in; en hij gaf hem zijn dochter Aksa tot vrouw.
Richteren 1:13
Othniël nu, de zoon van Kenaz, de jongere broeder van Kaleb, nam het in; en hij gaf hem zijn dochter Aksa tot vrouw.
Richteren 3:9-11
Toen riepen de Israëlieten tot de Here, en de Here verwekte de Israëlieten een verlosser om hen te bevrijden: Othniël, de zoon van Kenaz, de jongere broeder van Kaleb. De Geest des Heren kwam over hem, hij richtte Israël en trok uit ten strijde. De Here gaf Kuschan-Rischataïm, de koning van Aram, in zijn macht, zodat hij de overhand kreeg over Kuschan-Rischataïm. Toen had het land veertig jaar rust. En Othniël, de zoon van Kenaz, stierf.
1 Kronieken 4:13
De zonen van Kenaz waren: Othniël en Seraja; de zonen van Othniël: Hathath en Meonothai;
1 Kronieken 27:15
De twaalfde, voor de twaalfde maand, was de Netofathiet Heldai, die afstamde van Othniël; tot zijn afdeling behoorden vierentwintigduizend man.

Clemens.

Filippenzen 4:3z
Want zij hebben tezamen met mij in de prediking van het evangelie gestreden, naast Clemens en mijn overige medearbeiders, wier namen staan in het boek des levens.

Algemeen wordt aangenomen dat dit de Clemens is van wie de brief bewaard is gebleven. Hij leefde van 30 tot 100.

Van koning Herodes is door Ehud Netzer het graf teruggevonden in Herodion, waar hij een paleis bezat. Dit is de Herodes van de kindermoord.

In 1961 is in Caesarea een steen gevonden waarop een inscriptie met de naam Pontius Pilatus.

Rachab.

Jozua 2:1z
Jozua 2:3a
Jozua 6:17z
Jozua 6:23
Jozua 6:25
Mattheüs 1:5
Anders geschreven dan in de twee volgende verwijzingen, maar waarschijnlijk dezelfde persoon.
Hebreeën 11:31
Jakobus 2:25