Schaad niet

Een minimale zedelijke norm is „Gij zult anderen niet schaden”. Volgens die norm is alles toegestaan wat niet ten nadele van een ander gaat. Victimless crimes bestaan niet.

In de praktijk heeft iedere daad gevolgen voor anderen, en onder die gevolgen zijn nagenoeg altijd negatieve. Als ik flink inadem verminder ik de zuurstofspanning voor de mensen om mij heen. Dit lijdt tot dezelfde problemen als vrijheidsethiek.

Minimale ethiek staat heel ver van ons huidig besef af.

Geldt „Wat niet weet, dat niet deert”?
Mag ik andermans privépost en dagboeken lezen als die ander het nooit uitvindt? Me dat deel van diens vermogen ongemerkt toeëigenen dat hij toch nooit aan zal spreken?
Maakt toestemming zadelijk goed?
Mag ik alles doen zolang alle betrokkenen instemmen (duelleren, incest, paedofilie, ‥)?
Wat schaadt anderen?
Als mijn handelen een kind nachtmerries kan bezorgen, of familieleden verdrieten, mag het dan niet (euthanasie, gevaarlijke sporten)?
Is „iemands zedelijk besef aantasten” schaden?
Is het aanleren van een lossere zedenorm onethisch? Kan „verleid worden hetzelfde te doen” een vorm van schade zijn (zelfmoord, narcoticagebruik, de snelweg overrennen) — ook al doet die ander het dan uit eigen wil?

Wie zijn anderen? Andere mensen? Ook ongeborenen? Ook dieren, planten, bacteriën, virussen? God? Wie beslist wie wel of geen anderen zijn?

Minimale ethiek vermijdt sommige meetproblemen van balansethiek, maar krijgt daar een groot aantal andere problemen voor terug. Intuïtief willen we kunnen zeggen dat iets slecht kan zijn als het slachtoffer, als het geweten zou hebben wat ik doe, grote bezwaren zou hebben gehad.