Bezwaren der antieke geloofsbestrijders

We kennen deze vooral uit citaten uit de Christelijke weerleggingen.

De bezwaren van Celsus

Het geschrift van Celsus is helaas verloren gegaan, maar is voor een groot deel te reconstrueren uit citaten in Origenes'Contra Celsum. Hieronder worden de verwijzingen naar die repliek gegeven.

„Wat voor een kwaad steekt er in, beschaafd en wijs en verstandig te zijn?” — naar aanleiding van 1 Korinthiërs 1:19 (3, 49)
„Waarom werd Jezus niet tot de zondeloze gezonden? Wat voor kwaad steekt er toch in, niet een misdadiger te zijn?” (3, 62)
„En waarvoor dan toch dit privilege van de zondaar?” (3, 64)
Wie eenmaal vast is geraakt in de zonde is toch niet meer te redden — waarom dan aandacht aan hen besteed? (3, 65)
„Welke zin kan een dergelijke tocht naar beneden voor God hebben? Misschien om de situatie onder de mensen te leren kennen? Maar wist Hij niet alles?” (4, 2, 3)
„Was Hij niet in staat met Zijn Goddelijke macht de mensen te verbeteren zonder voor dat doel iemand lichamelijk te zenden?” (4, 3)
„Als het waar is wat de Christenen zeggen, waarom heeft God dan, indien Hij het plan had het leven der mensen rechtvaardig te maken, dit gedaan na eeuwenlang zich daarover niet te hebben bekommerd?” (4, 7)
Waarom heeft God geen mensen gemaakt die volmaakt waren, zonder de mogelijkheid te zondigen?
„Want wanneer men ook maar het minste in het geheel wijzigt, dan stort het geheel in elkaar en gaat te gronde.” — over de onmogelijkheid van een God die zijn troon verlaat om tot de mensen te komen (4, 5)
„God kan niet veranderen, want iedere verandering van de volmaakte God is een verslechtering.” — over de onmogelijkheid van de incarnatie (4, 14)
Contact van de volmaakte God met het onvolmaakte en zondige is onmogelijk.
Jezus had zich behoren te vertonen aan hen die Hem kwaad gezind waren.
De opstanding is absurd, want God wil geen schandelijke en tegennatuurlijke dingen zoals het herleven van rottende lichamen.

De bezwaren van Porfyrius

Porfyrius (232/233-), uit de school van Plotinus' Neoplatonisme schreef in 268 zijn Tegen de Christenen — waaruit François-Marie Arouet (Voltaire) de meeste van zijn argumenten overnam.

De Evangelisten zogen hun verhalen uit de duim.
De Bijbelse verhalen zitten vol tegenstrijdigheden, want de schrijvers waren onhandige vervalsers.
Marcus liegt als hij in zijn openingsvers het citaat van Maleachi aan Jesaja toeschrijft.
Jezus had zich behoren te bewijzen als Gods Zoon tijdens de verzoeking in de woestijn — maar kon dat blijkbaar niet.
Jezus gedraagt zich onwaardig, door beschuldigingen niet te weerspreken, zich te laten beledigen en mishandelen, ..
Zijn doodsangst in Gethsemane, zijn nederigheid, zijn berusting — dat weerspreekt enige claim van hoogheid of heiligheid.
Het opstandingsverhaal is verdacht: waarom heeft Jezus zich niet getoond aan de authoriteiten: Pilatus, Herodes, de hogepriester, de Romeinse Senaat? En waarom wel aan een del als Maria van Magdala?
Waarom zo'n heimelijke hemelvaart, als Hij daar een publieke demonstratie van Zijn macht had kunnen geven? Hij claimt wel zo terug te zullen komen.
Waarom incarneerde Hij zo laat in de geschiedenis, en liet zó veel zielen verloren gaan?
God is niet vatbaar voor lijden, dus waarom het kruis?
De doop is immoreel, want wast zonder genoegdoening talloze zonden en misdaden weg.
Het avondmaal is kannibalisme; Johannes 6:23 is bestiaal en absurd, onverdraaglijk voor het oor. Noch barbaren, noch Grieken hebben ooit zo iets ongehoords bedacht. Geen wonder dat de andere Evangelisten dit niet op dorsten schrijven.
De opstanding is dwaas — hoe zou een verrot lijk kunnen herrijzen? Slechts de uitvlucht „Bij God zijn alle dingen mogelijk” kan dit beantwoorden.
Almacht is onmogelijk: God kan niet maken dat Homerus geen dichter is geweest, dat Troje niet verwoest is geworden, of dat 2×2 100 is.
Een schipbreukeling wordt door de vissen verslonden; andere vissen eten die vissen, en worden op het strand door honden gegeten, die bij hun sterven door gieren gegeten worden — hoe zou het vlees van die mens kunnen herrijzen?
Hoe zou een goede God de volmaakte sterrenhemel kunnen laten vergaan, maar verrotte lijken doen opstaan?
Hoe zou bij een opstanding de aarde allen die ooit geleefd hebben kunnen bevatten?
Het Evangelie verheft de slechten ten koste van de edelen.
((Nog af te maken, en indextags toe te voegen.))