Rechtvaardigheidꜛ
- Wetten dienen slechts illegaal te maken wat immoreel is. Een „catch all”-wet is onrechtvaardig. (Ook algemene afspraken, zoals rechts houden in het verkeer, zijn toegestaan.)
- Wetten dienen specifiek en nauwkeurig datgene wat strafbaar is te beschrijven. Sleepnetwettenꜛ, die meer verbieden dan men verboden wil hebben zijn ontoelaarbaar, evenals gelegenheidsargumentenꜛ bij veroordelingen (zoals een overlastgevende persoon pakken op het feit dat hij zijn pas niet bij zich heeft). Wie dat wil kan beter één wet aannemen die iedereen schuldig maakt, en dan oppakken wie dat naar zijn mening verdient.
- Als corollarium: wie een wet overtreedt dient aangeklaagd te worden. Als die aanklachtꜛ onredelijk is is de wet verkeerd.
- Rechters moeten de optie hebben een conclusie voor te leggen aan de kamer: was dit inderdaad een bedoeld effect, of wilt u de wetstekst aanpassen? Dit mag slechts in het voordeel van de verdachte gebruikt worden.
Belangenconflictenꜛ worden waar mogelijk formeel vastgelegd. Zo kan een rechter die door een bepaalde groep benoemd is nooit rechtspreken tussen (leden van) die groep, of over degenen die die groep weer benoemd hebben, en een partij die niet tot die groep behoort — de wet wraakt hem. Dit geldt tot in de Hoge Raad.
((Te doen.))
Gewapende macht is sterk verspreid; wanneer nodig kunnen die lokale machten andere versterken — maar altijd op vrijwillige basis. Neen nationale politie, geen nationaal leger, maar wel een structuur waarin zulk vrijwillig samenvoegen eenvoudig en snel gaat. (Ditzelfde geldt voor andere publieke diensten, zoals de brandweer, reparatieteams, en zo voort.) Dit is een speciaal geval van het principe dat nooit één persoon, of een kleine groep, grote macht heeft.
Ook de rechterlijke macht heeft een dienst met gewapende macht, om rechtsbeslissingen af te kunnen dwingen en de eigen veiligheid te kunnen garanderen. Mocht ooit de rechterlijke macht over de schreef gaan dan zullen andere lokale machten zich verenigen om dat afdwingen te voorkomen.