Maatstaven

Onder „maatstaf” wordt hier „politieke meeteenheid” verstaan.

Aggressiviteit
Log (aggressie a→b)/(aggressie b→a). Stel dat de Joden in de Tweede Wereldoorlog 6000 nazi's hebben gedood, dan is de agressiviteit der nazi's jegens de Joden dus 3, en andersom (automatisch) -3. De betekenis van „agressie” kan eventueel per geval vastgesteld worden, maar vermoorden is een vrij objectief vaststelbaar feit.
Zelfstandigheid
o = onderwerp belang × invloed.do. Invloed (tussen 0 en 1) is bijvoorbeeld de fractie van de totale stem die ik heb. Belang is de mate waarin het onderwerp mij aangaat. Als mijn eigen straat belangrijker voor mij is dan een straat in een ander land, is mijn zelfstandigheid groter als een ieder slechts over de eigen straat kan beslissen. Daarmee neemt namelijk de invloed over de eigen straat toe ten koste van die over andere straten, en van de eigen straat is het belang hoger. Dit principe vormt de basis onder subsidiariteit.
Gelijkheid
Fractie f zdd de som van de laagste f van de inkomens gelijk is aan de som van de hoogste 1-f. (Ik had een betere versie die er het gemiddelde wereldinkomen bij betrok, met aparte formules voor landen boven en onder dat gemiddelde, maar hoe ging die? Er zat een pool bij het wereldgemiddelde.. Iets als: voor arme landen: de fractie mensen boven het wereldgemiddelde, en voor rijke: − de fractie eronder..)
Democratie
De hoeveelheid die door het volk beslist wordt × de evenredigheid van die beslismacht × de precisie van die beslissing. Daarmee wordt zowel traditie (er wordt nu geen beslissing genomen want die is al genomen) of beperkte keus als dictatorschap of meritocratie erkend als ondemocratisch, en wordt een beperkte keuze (twee-partijenstelsel) ook erkend als minder democratisch. Let wel dat dit geen waardeoordeel inhoudt, slechts een definitie is.
Betrokkenheid
Als men rechten (stemrecht, zorgrecht) koppelt aan betrokkenheid moet die betrokkenheid meetbaar zijn. (Veel voorbeelden hieronder zijn locatiegericht, maar dat is niet relevant.)
Materiële betrokkenheid is meetbaar: investeringen in de eigen groep versus andere groepen. Wie hier een huis huurt maar elders een huis bezit, wie de eigen kinderen weinig speelgoed geeft maar veel cadeaus voor familie elders exporteert, wie vooral aandelen in buitenlandse bedrijven bezit, scoort dan laag. Wie veel geld geeft aan organisatie X maar weinig aan Y is meer betrokken bij X dan Y. Wie meer geld geeft aan het redden van zeehondjes dan aan het redden van menselijke slachtoffers — en zo voort.
Doorgebrachte tijd is een andere meetbare factor: wie veel reist is minder betrokken bij de thuislocatie. Wie veel tijd in het café doorbrengt is minder betrokken bij het gezin.
Vaak gaat het om meer dan twee groepen, en dan maakt ook de relatieve score tussen de twee topscores uit: ik kan veel reizen, maar toch meer tijd in eigen dorp dan in enig ander specifiek dorp doorbrengen. Of om de maaswijdte: ik ben in geen enkele gemeente veel, maar ben bijna altijd in Nederland.
Er bestaat ook negatieve betrokkenheid: wie actief de vijand bestrijdt is daarmee in positieve zin meer betrokken bij de eigen groep, hoewel die eigen groep wellicht in het kader van die strijd verwaarloosd wordt.