Ethiekꜛ

Democratie is een labiel evenwicht, berustend op de zedelijke goedheid van de grote meerderheid van de bevolking. Voor die zedelijkheid moet actief gewaakt worden, en dat maakt bepaalde op zich onschuldige uitingen die die zedelijkheid kunnen aantasten illegaal. Voorbeelden zijn:

Voor zover mogelijk wordt het zedelijke vastgelegd in het recht. Daarmee legt het recht zo precies mogelijk vast welke zedelijke overtredingen strafwaardig zijn en in welke mate.

Verantwoordelijkheidꜛ komt met machtꜛ
Als een bedrijf zich misdraagt, zijn de werknemers, de bestuurders en eventueel de aandeelhouders (die die bestuurders hun macht gaven) verantwoordelijk. Obligatiehouders, klanten, handelspartijen en dergelijke dragen geen algemene verantwoordelijkheid. Natuurlijk kan de leverancier van slechte grondstoffen verantwoordelijk worden gehouden voor het slechte eindproduct.
Privacyꜛ mag geen sluitpost zijn
Misdaadonderzoek mag nooit verlies van privacy ten gevolge hebben. Een speciale tussenpartij kan uitkomst brengen: deze krijgt een specifieke zoekopdracht mee, bekijkt de geheime informatie, en rapporteert of die specifieke opdracht resultaten heeft opgeleverd. Die tussenpartij (een bureau onder de minister van bescherming burger­belangenꜛ) heeft zelf ook een geheimhoudings­plichtꜛ.
Verwante zoekopdrachten bij verschillende informatiebronnen worden aan verschillende onderdelen van het bureau gegeven, zodat niet één persoon kennis heeft van meerdere, vruchtbaar te combineren, feiten.
Als privacygevoelige informatieopslag onvermijdelijk is, dient waar mogelijk slechts herkennende informatieꜛ, en geen genererende, bewaard te worden. Een procedure derhalve die de identiteit van een aangeboden vingerafdrukꜛ kan bevestigen, maar geen beschrijving van die vingerafdruk zelf. Natuurlijk kan met „brute force” van herkennings­informatieꜛ op zijn minst gedeeltelijke genererende informatieꜛ gemaakt worden, maar zero information protocolsꜛ, grondige versleuteling en theoretisch noodzakelijk trage algoritmen kunnen dit probleem practisch ondergraven. Zo gebruikt Unix publiek toegankelijke herkenningsinformatie voor zijn wachtwoorden, zonder dat dit tot massale onveiligheid leidt.
Politieke onschendbaarheidꜛ
Politieke immuniteitꜛ betreft alleen de straf, niet de waarheidsvinding. Onder straf valt ook onredelijke benadeling door de procesgane — een actieve politicus of diplomaat is beschermd tegen een onredelijk beslag op zijn vrijheid, bijvoorbeeld door langdurig verplicht in een rechtszaal aanwezig te moeten zijn. Vrijwillige deelname is echter altijd toegestaan, en de waarheidsvinding en rechtsgang zullen zoveel mogelijk doorgaan.
Genetische aanpassingꜛ
Er is een groot verschil tussen het uitbannen van erfelijke ziekten en het selecteren van sociaal gewenste eigenschappen. In eerste instantie zou genetische aanpassing toegestaan kunnen worden voor genen waar een duidelijke en grote negatieve selectiedrukꜛ op bestaat. Wat precies een „grote selectiedruk” is blijft een parameter waarover diepgaand gediscussieerd kan en mag worden — maar iedere waarde die eigenschappen aanpasbaar maakt die door een significant deel van de dragers als niet ongewenst wordt ervaren is ontoelaatbaar. (En „significant deel” is ook weer vaag, maar veel minder vaag dan de eerste-ordevaagheid, daar bij aanpassing van de selectiedrukgrens waarschijnlijk in één klap vele eigenschappen tegelijk van status veranderen.)
Soms is er een handicap­cultuurꜛ — de doven­cultuurꜛ is een kenmerkend geval. Om die reden kan selectie toegestaan worden om uitval tegen te gaan: doofheid is het uitgevallen zijn van een vermogen — maar ook daar moeten grenzen aan gesteld worden: in de huidige cultuur is het ontoelaatbaar als ouders de vachtvormings­genenꜛ van een kind aan zouden zetten.

Zie ook hier.

((Te doen.))

Een rechts­persoonꜛ is een gerechtelijk erkende eenheid van authoriteitꜛ. Die authoriteit kan (eventueel herhaald) gedelegeerd worden. Er wordt gehandeld in (of uit) naam van die rechtspersoon. In principe hoeft een rechtspersoon geen natuurlijke persoonꜛ of personen te omvatten: een legaat kan een rechtspersoon vormen (die dan natuurlijk afhankelijk is van de wil van bijvoorbeeld een notarisꜛ de eventuele acties uit te voeren). Als een directeur uit naam van het bedrijf een jurist opdracht geeft een proces te beginnen is dat bedrijf het proces begonnen.

Binnen een authoriteit kunnen deel­authoriteitenꜛ erkend worden: de afdeling R&D van een bedrijf kan eigen beslis­machtꜛ hebben. Die afdeling is dan een rechtspersoon binnen het rechts­stelselꜛ van het bedrijf, ook als zij dat niet is voor de wet als geheel.

Dit raakt aan het algemene probleem van vrijheid en afhankelijkheid. Delegatie kan opgedeeld worden in een vrij en een opgedragen deel. „Doe maar wat” is de meest vrije vorm; een stap-voor-stap-geïnstrueerde opdracht het tegenovergestelde. De overheid heeft de plicht binnen bepaalde grenzen de vrijheid van lagere eenheden te beschermen.