Belastingꜛ
- De winst die iemand maakt doordat een door hem bezeten perceel landbouwgrond tot bouwgrond wordt is onverdiend. Evenzo de winst doordat een uitvinding van elders iemands beroep plotsklaps winstgevender maakt, de winst van wapenfabrieken doordat er een oorlog uitbreekt, en zo voort. Die voordelen zouden verdeeld moeten worden over de gehele bevolking door wegbelasten — eerst totaal, en dan afnemend naarmate de maatschappij zich aan de nieuwe situatie aanpast. Door de onregelmatigheid lenen de opbrengsten zich bij uitstek voor de groei van een sovereign fundꜛꜛ.
Monopoliebelastingꜛ
- De overheid berekent de monopoliegraadꜛ van een product (of dienst): de mate waarin dat product onmisbaar is voor de consument. Dit gebeurt door geschiktheid voor verschillende doeleinden te onderzoeken.
- Dit gebeurt op basis van aantoonbaar vervangingsgedragꜛ. Het CBS ziet dat wie een Ford heeft meestal niet ook een Fiat heeft, en verklaart dat een Ford behoorlijk geschikt is ter vervanging van een Fiat.
- Producten zullen meestal fractioneel aan verschillende markten toegerekend worden. Een computer vervangt zowel type- als rekenmachine, maar die twee laatste vervangen elkaar nagenoeg niet. De markten zijn de factoren die uit factoranalyse van koopgedrag te voorschijn komen.
- Zo krijgen wij een zeer groot aantal (n) gebruikswijzen, waarvoor ieder product p een geschiktheid t(p, n) heeft. Bij perfecte geschiktheid geldt t(p, n) = 1, en bij totale ongeschiktheid t(p, n) = 0. Zij g(p, n) de mate waarin p gebruikt wordt voor doeleind n. De monopoliegraad van p is dan m(p) = Σₙ g(p, n) × t(p, n).
- ((Markten nog toevoegen: zeker een dienstenleverancier kan heel lokaal monopolistisch zijn.))
- Een bedrijf betaalt over zijn productie een belastingpercentage dat gelijk is aan de monopoliegraad.
- Dit ontmoedigt monopolievorming en fusies, en maakt het voor nieuwkomers gemakkelijker op te botsen tegen bestaande giganten. (Fusies tussen bedrijven die verschillende markten bedienen worden niet ontmoedigd: bakkers in verschillende landen kunnen in principe ongestraft fuseren.)
- Het moedigt ook risicospreiding bij bedrijven aan: het is beter in drie markten steeds 1% te hebben, dan 3% in één markt.
- Ook moedigt het innovatie aan: één product dat tien andere vervangt zal minder belast worden dan producten die slechts één ander product beconcurreren.
- Voor sommige categorieën is er een correctie.
- Zeer recente producten: de uitvinder die als enige iets nieuws op de markt brengt behoeft geen 100% van zijn winst af te dragen.
- Producten met een hoog investeringsrisico.
- Simpelweg een hoge investeringsdrempel vergt geen correctie: de monopolist kan zijn belasting halveren door te splitsen in twee bedrijven die eventueel productiemiddelen delen (en die zich dan aan de kartelwetten moeten houden).
Schuldenꜛ
- Een belastingstelsel moet het vormen en hebben van bezit niet ontmoedigen, en het aangaan en hebben van schulden niet aanmoedigen.
- Wel moet het stelsel mensen met schulden niet dieper in de problemen duwen.
- Schuldaflossing en bezitvorming dienen aangemoedigd te worden — onafhankelijk van wiens vermogen het betreft, zolang het landgenoten betreft. Wie zijn buurman helpt mag daarvoor fiscaal beloond worden.
- Schuiven met vermogen binnen het land is fiscaal neutraal: het verlies van de één is de winst van de ander. Wel kunnen geldstromen van armeren naar rijkeren belast worden met een gelijktrekkingsbelasting, terwijl stromen de andere kant op juist tot negatieve belasting leiden.
Geldꜛ versus kapitaalꜛ
((Te doen.))
- Een groot probleem in de moderne wereld is een overschot aan kapitaal, gekoppeld aan een gebrek aan geld.
- Een belangrijke oorzaak lijkt de splitsing tussen eigendom en bestuur bij grote bedrijven: bedrijfsbestuurdersꜛ worden niet gedwongen door de klassieke kapitalistische prikkels, maar kunnen zich ongestoord verrijken ten koste van het bedrijf (en dus de aandeelhoudersꜛ). De rijken zelf investeren vaak in private equityꜛ, het uitwringen van bedrijven ten koste van vroegere (en toekomstige) aandeelhoudersꜛ.
- Crisissenꜛ lossen dit op de harde manier op, doordat de armsten onder de kapitaalbezittersꜛ gedwongen worden hun kapitaal te gelde te maken. Dit is noch eerlijk noch erg effectief, want het meeste kapitaal zit bij de zeer rijken.
- Dividendenꜛ zijn een structurele manier kapitaal in geld om te zetten, en daarom toe te juichen. (Maar zeer rijken zullen dit geld meteen weer investeren.)
- Een kapitaalsbelastingꜛ, met een ruime vrijstelling, is nodig. Giften uit kapitaal zijn volledig aftrekbaar van die belasting als de schenking aantoonbaar de binnenlandse geldmarkt bereikt. (Daarmee is die belasting een boete op het niet schenken, en de opbrengst wordt ook in de geldmarkt besteed.)
- Gegeven die belasting is de manier om geen belasting te betalen: voldoende winst maken, en die winst besteden of wegschenken. (Boven een bepaalde grens wordt besteden niet meer als „geen winst maken” gezien.)
Personele belasting
((Te doen.))
De meest redelijke personele belastingꜛ is die op overconsumptie: consumptie is wat het land armer maakt.
- Iedere persoon heeft een belastingbudgetꜛ, de hoeveelheid die hij redelijkerwijze kan produceren minus de hoeveelheid die hij redelijkerwijze moet consumeren om een behoorlijk leven te hebben.
- Kapitaal heeft ieder jaar een groeifactorꜛ: de redelijke mate waarin het in het dat jaar had kunnen groeien — voor beleggingen een percentage van de waarde; voor voorwerpen vaak nul. De overheid kijkt daarvoor naar een speciaal beleggingsfondsꜛ dat voor allen open staat — één waarbij kleine bedragen met vaste rente, en grotere bedragen progressief speculatief belegd worden. Wie zijn kapitaal bij dat fonds belegt zal over dat kapitaal nooit belasting behoeven te betalen.
- De vloedꜛ (toevloedꜛ − afvloedꜛ) omvat arbeidsinkomenꜛ, schenkingenꜛ (positief of negatief), en zo voort. Afvloed is exclusief bijzondere kosten, zoals ziektekosten boven een redelijke grens, of liefdadige giftenꜛ.
- Belasting wordt nu geheven over (kapitaal × (1+groeifactor)) + vloed − belastingbudget.
- Een goede voorheffing is de belasting toegevoegde waardeꜛ. Een rond BTW-tariefꜛ van 50% wordt voorgeheven, en eens per jaar mag man aantonen dat niet al het vermogen verdwenen is. Dit heeft als groot voordeel dat zwartwerkenꜛ en zwart kapitaalꜛ zelfverarmend werken, daar de belastingdienst aan zal nemen dat men minder productief was, of dat kapitaal geconsumeerd had. Waar inkomstenbelastingꜛ en vermogensbelastingꜛ mensen drijven tot het buiten zicht houden van inkomsten en vermogen, drijft een uitgavenbelastingꜛ mensen ertoe zo veel mogelijk vermogen op te geven — en ten onrechte opgegeven vermogen valt veel gemakkelijker te controleren dan ten onrechte niet opgegeven vermogen. (Helaas werkt dit niet voor de kapitaalsbelasting.)