De schepping van Adam

Bij het vergelijken van de twee scheppingsverslagen (Genesis 1 en Genesis 2:4z-24) valt ons enerzijds de duidelijke overeenkomst in volgorde op, maar anderzijds het feit dat de mens hier aan het begin van de reeks staat: volgens Genesis 2:4z-7 was er nog geen enkel gewas op aarde toen de mens geschapen was.

De eenvoudigste oplossing lijkt, hoofdstuk 1 als een door God gedicteerd voorwoord op de Thora te zien, en hoofdstuk 2 als het overgeleverde verslag van Adam. Algemene kenmerken die daarvoor pleiten zijn onder meer de volgende.

Als deze lezing juist is, dan moeten we aannemen dat Adam halverwege de derde dag geschapen is.

Die volgorde lijkt ook erkend te worden.

Jeremia 27:5a
Ik heb de aarde, de mens en het gedierte, dat op het oppervlak der aarde is door mijn grote kracht en mijn uitgestrekte arm gemaakt,