Excuses? Nooit!

Moeten wij onze verontschuldigingen aanbieden aan de landen in Afrikavanwaar we slaven hebben gehaald? Aan Indonesië voor de uitwassen van de politiéle acties? Aan de nakomelingen van hen die we als slaven mishandeld hebben in Suriname?

Politici die onze fouten uit het verleden erkennen willen dit graag, en hun verhaal klinkt bij oppervlakkig luisteren plausibel: we hebben hun onrecht aangedaan, en dus hebben ze recht op een excuus. Maar we moeten beter doen dan oppervlakkig luisteren, want woorden hebben niet alleen emotionele waarde, maar ook betekenis, consequenties.

Laat ons een eenvoudige vraag stellen: welke verontschuldiging zouden we willen aanbieden? Een verontschuldiging, een exuus, is een argument dat — naar verhoopt — toont dat men niet schuldig is. „De brug stond open”, of „de spoorbomen waren dicht”, zegt de te laat op school aangekomen scholier, hopend dat dat excuus aanvaard zal worden. Wij, als Neerland, zoverre we schuldig zijn, hebben geen excuus! We zaten eenvoudigweg verkeerd, en dienen dat frank toe te geven.

Waarom spreken die politici dan steeds over excuses? Eenvoudig: dat pleit ons vrij van verplichtingen. Schuld bekennen is eng, want dan heeft de ander, of een onafhankelijke arbiter, het recht een straf en vergoeding op te leggen — en dát, ons onderwerpen aan internationale arbitrage, dát willen we niet. Wie weet wat ons opgelegd zou worden!

Dus: vage, ongespecificeerde verontschuldigingen aanbieden, medeleven betuigen, en hopen dat de andere partij erin trapt en die excuses aanvaardt, daarmee erkennend dat we niet (meer) schuldig zijn.

Laten we stoppen met dat excuus-spelletje, de moed hebben openlijk schuld te bekennen voor een gerespecteerd internationaal strafhof, en moedig de terechte straf aanvaarden die ons eventueel opgelegd zal worden — dán maken we iets goed van wat we toen verkeerd hebben gedaan, winnen we iets terug van de eer die we toen verloren zijn.

 

Maar laat die rechtszaak dan ook tweezijdig zijn: die Afrikaanse volkeren die andere onderwierpen, hun land ontnamen, en als slaaf aan ons verkochten hebben ook schuld. De wreedheden van Indonesische zijde dienen ook meegewogen te worden. Suriname is wellicht het duidelijkste geval van eenzijdige schuld — maar laat ook daar de rechter beide zijden onderzoeken en een rechtvaardig oordeel vellen. Wellicht moeten zowel Nederland als Ghana en Bénin vergoeding betalen aan Haïtianen en andere nakomelingen van de slachtoffers? Laat de uitkomst niet zijn dat de ene dader aan de andere de boete betaalt — maar die beslissing is uiteindelijk aan de rechter, niet aan de daders.