Vrijheid van meningsuiting

Vrijheid van meningsuiting betreft de logische inhoud van de mening, niet de vorm. A mag uiten dat hij meent dat B verraad heeft gepleegd, maar dat geeft hem nog niet het recht en public „B is een vieze vuile verrader!” te scanderen. Het recht bestaat de mening toegankelijk te maken aan de volwassen bevolking, maar niet die mening ongevraagd op te dringen.

Het gebruik van bepaalde woorden mag worden verboden, als aanvaardbare synoniemen expliciet worden toegestaan. „Mof” mag worden verboden als „Duitser” als acceptabel synoniem wordt aangewezen.

Enkel stellingen vallen onder de vrijheid.

Voor iedere uiting bestaan aanvaardbare vormen in directe, franke taal. Iemand die een de regering onwelgevallig standpunt wil uiten mag niet gedwongen worden arcane formuleringen te gebruiken waarmee hij de massa's niet kan bereiken.

Idealiter vallen de beperkingen die aan reclameuitingen worden opgelegd onder precies de beperkingen die aan meningsuiting worden opgelegd: geen „gratis” zeggen als „bonus” bedoeld wordt, en zo voort.

((Te doen.))

Het recht op meningsuiting is (niet-proportioneel) postief gecorreleerd met de mate van onderschrijven van die mening. Minderheidsovertuigingen mogen meer geüit worden dan de verhouding aanhangers/bevolking aangeeft, zodat ze verspreid kunnen raken, maar niet eindeloos — noch qua hoeveelheid, noch qua publicatiemiddel. (Een reclame vlak voor het nieuws telt zwaarder dan een tekst in de krant, en „krachtige taal” telt zwaarder dan een genuanceerd betoog.)

Algoritmen van gegevensverstrekkers dienen aan vergelijkbare (maar minder stricte) eisen. Binnen het ideologische kader dat ze claimen dienen ze de hiervoor beschreven correlatie te volgen, en informatie die buiten dat kader valt — andere meningen over dezelfde onderwerpen — dienen ze daardoorheen in een door de wet geëiste minimale verhouding aan te bieden. Één aanbieder kan natuurlijk verschillende, door de consument te kiezen, kanalen aanbieden, met onderscheiden ideologie, maar een algoritme mag zo'n consument nooit zonder uitdrukkelijke keuze door die consument zo'n kanaal binnenloodsen.

Het recht gehoord te kunnen worden: men heeft het recht uitingen zó aan te bieden dat anderen die gemakkelijk kunnen waarnemen. Er bestaat geen alemeen recht gehoord te worden — dat zou overeenkomen met een plicht allen aan te horen, wat alleen op tijdstechnische gronden al onmogelijk is. Hoe dit recht praktisch te bewerkstelligen? Gratis vrije internettoegang met zuivere zoekmachine: alle ordeningscriteria (zoals populariteit, gelinktheid, ‥) zijn optioneel. Ook extractie: alle geuite gedachten zijn, zonder herhaling, te doorzoeken. Moderne technieken zouden mogelijk moeten maken die gedachten in een totaalstructuur aan te bieden, zodat alle opties voor een keuze, of alle argumenten voor of tegen een bepaalde optie, in één blik te overzien.

Toegang tot bepaalde, gevaarlijk geachte, informatie kan beperkt worden zonder onmogelijk te worden: leeftijdseisen voor het lezen van opruiende lectuur, bewijs van helder denken voor blootstelling aan dwaal­leer of des­informatie, context die toont waar de gegeven informatie onjuist is..