De kosmos

De eerste evolutievraag betreft het heelal. Nog te schrijven.

((Toevoegen: geologie.))

Mineraalafzettingen
Het blijkt (Science, 6 februari 2009) dat mineraalafzettingen veel sneller kunnen ontstaan dan eerder aangenomen — ruim honderd keer sneller. En niets toont aan dat de nu gevonden sedimentatiesnelheid een bovengrens zou zijn.
Dit past in een trend: eerder werd ontdekt dat bijvoorbeeld aardscholschuivingen en grote magmavloeiingen ook veel sneller konden verlopen dan eerder aangenomen. Dit heeft gevolgen voor de calibratie van biologische tijdperken aan geologische kenmerken.
Radioactiviteit
Datering middels radioactief verval geeft normaliter een bovengrens aan een ouderdom (als het ouder was zou al meer vervallen zijn), maar geen ondergrens — de beginverhoudingen van de verschillende stoffen is immers niet bekend. Uranium vervalt tot lood, dus als er weinig lood en veel uranium is kan het monster niet oud zijn — anders zou meer van het aanwezige uranium tot lood zijn geworden. Als er veel lood en weinig uranium is kan het monster wel jong zijn — misschien is het gisteren in de gemeten verhoudingen gemengd. De geringe hoeveelheid helium in de atmosfeer wijst daarom wel op een jonge aarde (gecorrigeerd voor het ontsnappen van helium uit de dampkring doordat het zo licht is), maar uraniumafzettingen niet op een oude.
  • Radioactief koolstof, C14 vormt zich door lichtinwerking uit N (stikstof), niet uit C12. C12 was vroeger hoger (nog geen steenkool- en olievoorraden), dus verhoudingsgewijs minder C14. Als we aannemen dat er bij een eventuele schepping geen aanvangs-C14 was zal C14-bepaling voor kort na die schepping geconserveerd materiaal uitkomen op een oneindige ouderdom. (Overigens is koolstofdatering niet geschikt voor ouderdomsbepaling boven enkele duizenden jaren.)
Stervorming
Er zijn sterren gevonden op 12.750.000.000 lichtjaar — die dus zo lang geleden, zo'n 200.000.000 jaar na de veronderstelde oerknal, toen er volgens de huidige theorieën nog helemaal geen sterren mogelijk waren, al schenen. Dus ofwel de huidige theorieën kloppen niet, ofwel roodverschuiving geeft niet zomaar afstand aan, ofwel de lichtsnelheid is niet constant over grote afstanden — ergens moet iets aangepast worden, maar waar?
Uitzetting
In 1998 werd ontdekt dat de expansie van het heelal veel sneller moet gaan dan met tot dan toe dacht. Een pulserend heelal is absoluut onmogelijk, en 73% donkere energie is nodig om deze uitzetting te verklaren (95% om het bijeenblijven van sterstelsels te verklaren).

Waterstof, helium en enig lithium ontstonden door het big-bangproces. Alle andere elementen kwamen uit exploderende stervende sterren. Sterren sterven echter maar gemiddels eens per honderd jaar per sterstelsel — dat is heel zelden. In een jonger heelal zou geen leven kunnen bestaan door gebrek aan koolstof, zuurstof, en andere elementen.

Hoe komt het dat er maar zo'n dun stoflaagje op de maan ligt, vooral gegeven de hoge inslagfrequentie?