Beth

Het Hebreeuwse woord beth duidt een woonplaats of de daar wonende eenheid van samenleving aan. Daarmee kan het, afhankelijk van de context, vertaald worden als huis, gezin, familie, geslacht, dorp, .. Het woord is het meest voorkomende deel in plaatsnamen.

Hoe vloeiend de betekenis van beth is blijkt uit verzen als 1 Kronieken 2:51 (Beth-Gader, „Muurhuis”), 1 Kronieken 2:55 (), 1 Kronieken 4:12 (Beth-Rafa, „Huis van de Refaïet”).

Beth-Anoth, „Huis van Anath”
Enkel in Jozua 15:59.
Beth-Arbel, „Huis van Gods hof”
Hosea 10:14.
Beth-Aven, „Huis van afgoderij”
Jozua 7:2, Jozua 18:12, 1 Samuël 13:5, 1 Samuël 14:23, Hosea 4:15p, Hosea 5:8, Hosea 10:5.
Beth-Azmaveth, „Huis van Azmaveth”.
Eenmaal zo genoemd, in Nehemia 7:28; elders kortweg Azmaveth2 Samuël 23:31, 1 Kronieken 8:36, 1 Kronieken 9:42, 1 Kronieken 11:33, 1 Kronieken 12:3, 1 Kronieken 27:25, Ezra 2:24, Nehemia 12:29.
Beth-Kar, „Huis van het lam”
(1 Samuël 7:11)
Beth-Dagon, „Huis van Dagon”
Naam van twee dorpen.
Beth-Diblathaïm, „Huis van de twee vijgenkoeken”
Jeremia 48:22, waarschijnlijk gelijk aan Almon-Diblathaïm, „Verbergt twee vijgenkoeken” (Numeri 33:46-47).
Beth-Emek, „Valleihuis”
(eigenlijk Beth-haEmek, „Huis van de vallei”) Jozua 9:27.
Bethesda, „Huis van genade” of „Huis van de waterstroom”
Johannes 5:2. Mogelijk gelijk aan En-Rogel uit 2 Samuël 17:17, de enige natuurlijke bron van Jeruzalem, waarvan het water soms in beweging komt en waar Joden nog steeds baden tegen reumatische aandoeningen. (Is in Jozua 18:16 en 1 Koningen 1:9 dezelfde plaats bedoeld? Er is ook een dorpje En-Rogel.)
Beth-haEzel, „Huis van de Buurman”
Micha 1:11. Mogelijk gelijk aan Azal uit Zacharia 14:5, en waarschijnlijk zo genoemd omdat het vlakbij Jeruzalem lag.
Beth-Gamul, „Kamelenhuis”
Jeremia 48:23
Beth-haGilgal, „Huis van Gilgal”
Nehemia 12:29 - gelijk aan Gilgal, „Steenkring”
Deuteronomium 11:30, Jozua 4:19, Jozua 4:20, Jozua 5:9, Jozua 5:10, Jozua 9:6, Jozua 10:6, Jozua 10:7, Jozua 10:9, Jozua 10:15, Jozua 10:43, Jozua 14:6, Jozua 15:7, Richteren 2:1, Richteren 3:19, 1 Samuël 7:16, 1 Samuël 10:8, 1 Samuël 11:14, 1 Samuël 11:15, 1 Samuël 13:4, 1 Samuël 13:7, 1 Samuël 13:8, 1 Samuël 13:12, 1 Samuël 13:15, 1 Samuël 15:12, 1 Samuël 15:21, 1 Samuël 15:33, 2 Samuël 19:15, 2 Samuël 19:40, Hosea 4:15m, Hosea 9:15, Hosea 12:11, Amos 4:4, Amos 5:5, Micha 6:5. Niet te verwarren met het Gilgal in Jozua 12:23 of dat in 2 Koningen 2:1, 2 Koningen 4:38.
Beth-Kérem, eigenlijk Beth-haKérem, „Huis van de wijngaard”
Nehemia 3:14, Jeremia 6:1.
Beth-Horon, „Grottenhuis”
Twee steden, Hoog-Beth-Horon en Laag-Beth-Horon. Jozua 10:10-11, Jozua 16:3, Jozua 16:5, Jozua 18:13-14, Jozua 21:22, 1 Samuël 13:18, 1 Koningen 9:17, 1 Kronieken 6:66-68, 1 Kronieken 7:24, 2 Kronieken 8:5, 2 Kronieken 25:13. Hier kwam waarschijnlijk Sanballat vandaan: Nehemia 2:10, Nehemia 2:19, Nehemia 13:28.
Bethlehem, „Broodhuis”
Heette oorspronkelijk Efrath („Ashoop” of „Vruchtbare plaats”, Genesis 35:16, Genesis 35:19, Genesis 48:7) of Efratha (Ruth 4:11, 1 Kronieken 4:4, Psalmen 132:6). Werd soms Bethlehem-Juda (Richteren 17:7) of Bethlehem Efratha (Micha 5:2) genoemd om het te onderscheiden van een ander Bethlehem in Zebulon, vlak bij Nazareth (Jozua 19:15). Nog zo'n 30x in het OT genoemd, en 8x in het NT.
Abel-Beth-Maächa, „Weide van het huis van Maächa”
2 Samuël 20:14-15, 2 Koningen 15:29. Onduidelijk of het over één of twee steden gaat, of dat het misschien verwijst naar het koninkrijkje Maächa (2 Samuël 10:6, 1 Kronieken 19:7).
Beth-Palet, „Vluchthuis”
Jozua 15:27. Mogelijk gelijk aan Beth-Pelet in Nehemia 11:26.
Beth-Pazez, „Huis der verspreiding”
Jozua 19:21.
Beth-Rehob, „Huis van Rehob”
Richteren 18:28, 2 Samuël 10:6.
Bethsaïda, „Vishuis”
Johannes 1:44, Johannes 12:21, Marcus 6:45 - de woonplaats van Andreas, Petrus, Filippus en Johannes, aan de westzijde van het meer, het land van Gennesareth. Het Bethsaïda uit Marcus 6:31-53 en Lukas 9:10-17 lijkt een andere plaats, aan de oostzijde, maar het kan best hetzelfde dorp aan de overzijde van de Jordaan geweest zijn waar die het meer binnenstroomt (een soort "Amsterdam-Noord"). Mattheüs 11:21, Marcus 8:22, Lukas 10:13.
Beth-Sean, „Rusthuis”
Jozua 17:11, Jozua 17:16, Richteren 1:27, 1 Koningen 4:12, 1 Kronieken 7:29. Gelijk aan Beth-San uit 1 Samuël 31:10, 1 Samuël 31:12, 2 Samuël 21:12.
Nog in te delen: Jozua 21:16, 1 Samuël 6:9, 1 Samuël 6:12, 1 Samuël 6:13, 1 Samuël 6:15, 1 Samuël 6:19, 1 Samuël 6:20, 1 Koningen 4:9, 1 Kronieken 6:59, 2 Kronieken 25:21, 2 Kronieken 25:23, 2 Kronieken 28:18.
Beth-Sitta, „Acaciahuis”
Richteren 7:22.
Beth-Tappuah, „Appelenhuis”
Jozua 15:53. Heet Tappuah in 1 Kronieken 2:43. Zie ook Jozua 12:17, Jozua 15:34, Jozua 16:8, Jozua 17:8.
Beth-Zur, „Rotshuis”
Jozua 15:58, 1 Kronieken 2:45, 2 Kronieken 11:7, Nehemia 3:16.
Ook: Beësthera, „Huis van Asthera”
Jozua 21:27, waarschijnlijk identiek met Astharoth, „Asthera's” 1 Kronieken 6:71.