Interne ethiek

Tegenwerping (Ethiek logisch)
Ethische principes kunnen door redeneren worden afgeleid uit de staat van de wereld.
Antwoord:
De wereld kan echter geheel beschreven worden in beweringen „dit is zus”, „dat is zo”. Daaruit kan nooit logisch een morele regel van de vorm „zulks behoort aldus te zijn” afgeleid worden (irreducibiliteit).
Tegenwerping (Ethiek inherent aan de wereld)
Behalve eigenschappen als kleur en massa hebben zaken ook ethische eigenschappen. Daaruit kan men door redeneren to ethische uitspraken komen.
Antwoord:
Het is moeilijk voor te stellen welke vorm die eigenschappen dan zouden hebben, maar belangrijker is dit: wij nemen die eigenschappen niet waar, dus hoe zouden we daarover kunnen redeneren? Dat we een orgaan zouden hebben waarmee we onbewust die eigenschappen wel zouden waarnemen is een nogal vergezochte veronderstelling — misschien niet weerlegbaar, maar er is ook geen greintje bewijs voor. Er is ook geen kandidaat voor een dergelijk orgaan, noch is duidelijk wat dat orgaan zou moeten beschouwen. Objecten? Maar die zijn op zich ethisch neutraal. Situaties? Maar ethisch besef voorkomt nou juist dat wij in ethisch afkeurenswaardige situaties komen. Die ethische eigenschappen zouden dus al aan de loutere voorstelling van een (in werkelijkheid nog niet, en wellicht nooit, bestaande) situatie moeten toebehoren. De gedachtevoorstelling dat ik mijn moeder zou vermoorden heeft dan een ethisch negatieve eigenschap. Daarmee zijn het dan geen eigenschappen van de wereld meer, maar eigenschappen in mijn geest.