Het geheugen de Schriftschrijvers

((Te doen.))

Sommigen baseerden zich deels op oudere bronnen, waarvoor de herinneringsperiode korter was, en de kans op herinneringsfouten navenant kleiner.

Op zijn minst Lukas heeft onderzoek gedaan, zodat er in zijn geval een kruiscontrôle was. Verder lijkt hij aan te geven dat Maria één van zijn bronnen was, en dat die de gebeurtenissen goed onthouden had (Lukas 2:19, Lukas 2:51). Dit doet hij op de momenten dat de overlevering erg indirect wordt: engelen spreken tot herder spreken tot Maria, of Jezus spreekt tot schriftgeleerden spreken tot Maria.

De apostelen leefden in een „Low Information Society”: er gebeurde maar weinig, en verhalen werden eindeloos herhaald en kregen al zeer snel een canonieke vorm, die latere veranderingen moeilijk maakte.

De Talmoed bevat ontelbare geheugensteuntjes — tekstuele vormen die het onthouden vergemakkelijken. Rainer Riesner toont in zijn Jesus als Lehrer aan dat Jezus' onderwijs net zulke geheugensteuntjes bevat, en dus gemakkelijk te onthouden was. Het feit dat die kenmerken in de overgeleverde tekst terug te vinden zijn toont aan dat die op zijn minst betrouwbaar overgeleverd zijn — en dus waarschijnlijk de tekst als geheel.