Pacifisme

Tegenwerping (Oorlogszuchtig Christendom):
Door de eeuwen heen is het Christendom een bron van oorlogen geweest. Zei Jezus niet zelf al dat Hij niet was gekomen om vrede te brengen maar het zwaard?
Antwoord:
((Nog te doen. Hieronder wat aantekeningen.))
Die uitspraak van Jezus klopt, maar dat geweld zou van niet-Christenen uitgaan (Johannes 16:2). Christenen mochten enkel het geestelijke zwaard voeren. De vroege kerk was dan ook antimilitaristisch, tot ruwweg het jaar 1000. H.P.H.­Jansen schrijft over dit antimilitarisme het volgende in zijn „Geschiedenis van de Middeleeuwen”.
„De kruistochten stonden onder auspiciën van de kerk, en het was dus nodig dat deze zijn antimilitaristische houding liet varen; deze afkeer van de oorlog was heel geprononceerd geweest tijdens de eerste eeuwen van het christendom, maar werd na de Karolingische tijd minder duidelijk.”
De oorzaak van die afname lag onder meer in de taak die geestelijken op zich namen de bevolking tegen de ridders te beschermen, in eerste instantie door het instellen en afdwingen der Godsvrede, en later door samenwerking met en incorporatie van die ridders, met als grootste exces de „heilige oorlog” der kruistochten. Dat begrip „heilige oorlog” hadden de Karolingers van hun Islamitische tegenstanders overgenomen.
De eerste staatsterreur in naam van een volmaakte wereld vond plaats tijdens de Franse Revolutie, als direct gevolg van het verlichtingsdenken. De grote massaslachtingen zijn alle het gevolg geweest van het grote seculiere experiment van de twintigste eeuw. Adolf Hitler, Jozef Stalin, Mao Zedong, Pol Pot, allen verwierpen de Christelijke leer. En van puur seculier standpunt uit is het ook volkomen redelijk „de anderen” af te maken (en idealiter op te eten): concurrenten in de evolutie worden uitgeschakeld, er komt meer ruimte voor de eigen genen of memen. Protesteren tegen de Spaanse Inquisitie vergt een externe moraal; haar uitvoeren niet. ((Uitwerken: „staatsterreur” als in Sparta)

Enige geschiedkundige oordelen:

The Rise of Christianity, by E.W.­Barnes, 1947, p.333
„A careful review of all the information available goes to show that, until the time of Marcus Aurelius [121-180 C.E.], no Christian became a soldier; and no soldier, after becoming a Christian, remained in military service.”
The Early Church and the World, by C.J.­Cadoux, 1955, pp.275, 276
„It will be seen presently that the evidence for the existence of a single Christian soldier between 60 and about 165 A.D. is exceedingly slight; [‥] up to the reign of Marcus Aurelius at least, no Christian would become a soldier after his baptism.”
A Short History of Rome, by G.­Ferrero and C.­Barbagallo, 1919, p.382
„In the second century, Christianity [‥] had affirmed the incompatibility of military service with Christianity.”
Our World Through the Ages, by N.­Platt and M.J.­Drummond, 1961, p.125
„The behavior of the Christians was very different from that of the Romans. [‥] Since Christ had preached peace, they refused to become soldiers.”
The New World's Foundations in the Old, by R.­West and W.M.­West, 1929, p.131
„The first Christians thought it was wrong to fight, and would not serve in the army even when the Empire needed soldiers.”
The Decline and Fall of the Roman Empire, by Edward Gibbon, Vol.I, p.416.
„While they [the Christians] inculcated the maxims of passive obedience, they refused to take any active part in the civil administration or the military defence of the empire. [‥] It was impossible that the Christians, without renouncing a more sacred duty, could assume the character of soldiers, of magistrates, or of princes.”