Natuur­wetenschappen

Sommige natuurwetenschappelijke inzichten zijn van groot belang voor de apologetiek; andere worden ten onrechte als apologetisch relevant gezien.

De moderne natuurkunde is voortgekomen uit het bestuderen van licht. De constante lichtsnelheid leidde tot de relativiteitstheorie, en de interferentieverschijnselen tot de quantenmechanica.

((Van het volgende een eigen pagina maken, en de verwijzingen aanpassen.))

De laatste ontwikkelingen wijzen meer en meer naar informatie als de basis van het heelal. De derde dimensie is misschien een holografisch effect, zoals de grens ((wat is de naam ook weer)) van een zwart gat een hologram van de geschiedenis gezien vanuit dat punt bevat. „In den beginne was het Woord” (Johannes 1:1).

De deterministische censuur (die maakt dat we geen nondeterministische toestand kunnen bereiken) is wellicht niet totaal — bij bepaalde zwarte gaten zou ze kunnen falen, met als gevolg dat de toekomst daar onbepaald zou zijn. Die toestand zou een aspect van totale vrijheid kunnen belichamen.

((Te doen.))

Totaal determinisme betekent dat de wereld onbegrensd is in de tijd. Wellicht levert een symmetrieargument dat ze dan ook onbegrensd is in de ruimte. Die onbegrensdheid kan natuurlijk cyclisch zijn: een eindeloze wederkeer analoog aan de in zichzelf gekromde ruimte. In het geval van discrete tijd en een eindige informatieïnhoud van de wereld is dit laatste zelfs noodzakelijk, daar er na enige informatietoestand A slechts één vervolgtoestand B mogelijk is, en er noodzakelijk een herhaalde informatietoestand A bestaat doordat er maar een eindig aantal toestanden mogelijk is. Een dergelijke situatie leidt onvermijdelijk tot een cyclus van elkaar opvolgende toestanden. Als die cyclus grootte 1 heeft (een dekpunt) is dat het einde van de tijd. Bij symmetrisch determinisme zal de wereld dan ook altijd cyclisch geweest zijn.

Natuurwetten zijn de meest gecomprimeerde beschrijving van de werkelijkheid. Onregelmatigheden daarin blijven bewaard: „Allemaal ‚a’s, behalve letter 4226, dat is een ‚b’”. Goede natuurwetenschap kan externe invloed (wonderen) op die wijze herkennen, en uit de achtergrond van regelmaat vissen.