Het godsbewijs naar verklaringsgrootte

((Dit informatiekundig godsbewijs moet nog uitgewerkt worden. De idee is als volgt.))

Sommige zaken in deze wereld hebben een verklaring, zo verklaren spieren de zelfbeweging van mens en dier. Soms heeft zo'n verklaring zelf ook weer een verklaring: samentrekking van spiercellen verklaart de spierwerking, electromagnetische krachten verklaren de samentrekking van spiercellen, en zo voort.

Uiteindelijk stoot men echter op iets dat geen verklaring heeft, maar zelf wel de wereld verklaart. Deze onverklaarbare verklaring noemen wij God.

De kracht van dit cosmologisch godsbewijs is dat het de oneindige regressie vermijdt die het zwakke punt is van veel andere cosmologische bewijzen: iedere verklaring bevat minder informatie dan het verklaarde, maar de informatie wordt nooit nul (wil dit argument werken dan moet de afname ook nog een grens hebben, bijvoorbeeld minimaal één bit verkorting per verklaringsstap — dat is aannemelijk maar niet geheel evident).

Een zwakte is de laatste zin: noemen wij die laatste verklaring werkelijk God? Wel als al verklarende de transcendentiestap genomen is, maar dat er zo'n stap te nemen valt staat juist ter discussie. Als eerste aanzet werkt het wel: dit is een potentieel pantheïstische God, maar naderhand kan, bijvoorbeeld met het boomargument, de transcendente natuur van God dan bepaald worden.

Een andere zienswijze is deze: als God de laatste verklaring is, is Hij de (door ons onbegrepen) nul-bits­verklaring van alle andere verklaringen. Daarmee is Hij dus de totale orde en eenvoud. Hij is dan de stap van 0 tot de kortst mogelijke natuurlijke verklaring van het heelal, in het bijzonder van de grote orde (lage entropie) binnen het heelal — Hij heeft zelf een entropie van 0.

Overigens is niet a priori redelijk dat de informatietheorie ook zou gelden in de transcendente wereld — wellicht heeft „informatie” daar geen betekenis, of is 0 niet de ideale informatiehoeveelheid.

Tegenwerping (Oneindige entropie):
Wiskunde heeft zeker, en natuurkunde wellicht een eindeloze informatiehoeveelheid. Dat betekent dat die regressie toch op kan treden, doordat iedere lokale verklaring globaal niet tot een vermindering leidt: de informatiehoeveelheid blijft oneindig.
Antwoord:
Op ons niveau zou dat inderdaad kunnen, want binnen de limiet bevat de wiskunde inderdaad een oneindige hoeveelheid informatie. Die informatie ontstaat doordat die limiet niet te passeren valt, en dus bepaalde zaken (zoals het niet-stoppen van bepaalde programma's) niet te bewijzen vallen. Een transcendente geest overstijgt die limiet, en voor zo'n geest gaat het dus niet om extra informatie. Er zijn geen aanwijzingen dat de wiskunde ook voor een transcendente geest oneindig veel informatie bevat.
Dit argument laat dus veeleer zien dat als er een verklaring van het bestaan is, die noodzakelijkerwijze een transcendente geest moet omvatten. Gregory John Chaitin definieerde Chaitins Ω bevat voor ons oneindig veel informatie, maar voor een wezen dat geen last heeft van divergentie bevat het geen informatie: als programma i divergeert is bit i 0, en als het stopt is bit i 1, dus ieder bit valt uit te rekenen.

((Te doen.))

Als de natuurkunde een oneindige informatie-inhoud heeft betekent dat dat ook in een aftelbaar multiversum bijna zeker geen kopiewereld van de onze bestaat.

Als deze wereld een gedachte is van God, zal informatie het meest fundamentele principe zijn dat immanent te ontdekken valt. Een transcendentiestap is nodig om die informatie als gedachte van een transcendente geest te herkennen.

Wellicht heeft, op een niet redelijk beschrijfbare wijze, de lege verklaring wel twee oplossingen, zoals de uitspraak „Ik spreek de waarheid” twee oplossingen heeft. De negatieve oplossing zou dan „niets” zijn, en de positieve het onbeperkte wezen dat wij God noemen.

Het feit dat natuurkunde waarschijnlijk en wiskunde zeker een oneindige informatieinhoud hebben maakt een immanente verklaring voor de wereld onwaarschijnlijk. Iets kan enkel (totaal) verklarend zijn als het minder informatie bevat — dus een oneindige hoeveelheid informatie kan enkel een hogere oneindigheid verklaren. (Het woord „totaal” is hier belangrijk, want een wandelende mens kan natuurlijk de verklaring zijn van een voetstap.)

Een sterker argument is dit: zolang een verklaring niet 0 bit lang is blijft er iets te verklaren over. Dat betekent dat deze wereld niet de uiteindelijke verklaring kan zijn of bevatten, want op ons niveau verklaart een nul-bitsverklaring niets. Daarom moet die uiteindelijke verklaring transcendent zijn. Maar sommigen vinden die optie zó onaanvaardbaar dat ze liever met iets onverklaarbaars blijven zitten.