Bestuur

De drie hoofdvragen van de politiek zijn:

  1. Hoe zijn politieke eenheden georganiseerd.
  2. Hoe verhouden politieke eenheden van gelijk niveau zich tot elkaar.
  3. Hoe verhouden politieke eenheden van ongelijk niveau zich tot elkaar.

Democratie kan gedefinieerd worden als gelijkelijk verdeelde macht. De mate van democratie kan dan gemeten worden langs twee assen: hoe gelijkelijk is machtsinvloed verdeeld, en hoe groot is die invloed. In een twee-partijstelsel heeft de burger één bit macht: kiezen tussen A of B. Dit betekent dat er per verkiezing maar één issue kan spelen, en dat de burger over de andere issues geen zeggenschap heeft.

Invloed hangt ook direct af van het aantal onafhankelijke verkiezingen: de totale invloed is bij werkelijk onafhankelijke verkiezingen gelijk aan de som van de invloeden per verkiezing. Als hogere bestuurseenheden een dictaat opleggen aan lagere vergroten ze de afhankelijkheid en verminderen ze de invloed van de kiezer.

Liever geen dan een onvolmaakte hervorming — ieder stelsel kent machthebbers, en die zijn tegen verdere verandering omdat het hun positie aantast (om die reden kunnen de VS de stap van tweepartijstelsel naar democratie niet maken: de twee partijen doen alles, inclusief indoctrinatie, om dat te voorkomen). Slechts als een systeem onwerkbaar wordt is verandering mogelijk, en het systeem werkbaar maken betekent de mogelijkheid van verdere verandering tenietdoen, dus het moet in één keer goed zijn.