De ezel

De wilde ezel is het onafhankelijkste dier van de woestijn, en wordt daarom als beeld gebruikt voor Ismaël.

Genesis 16:12
Hij zal een wilde ezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn en de hand van allen tegen hem, en hij zal ten aanschouwen van al zijn broederen wonen.

Het paard is een dier van de vlakten, en zal op hol slaan bij gevaar: op die manier kan het ontkomen. Een ezel is echter een bergdier, en zal zich bij gevaar onbeweeglijk houden, om niet in een afgrond te storten. Een jonge, nog nooit eerder bereden ezel zal daarom niet gemakkelijk te mennen zijn, tenzij er andere, vertrouwde ezels in de buurt zijn die rustig gehoorzamen. Het is normaal bij het 'breken' van een jonge ezel de moeder mee te laten lopen, zodat het jong vertrouwen heeft.

Mattheüs 21:2
Gaat naar het dorp, dat tegenover u ligt, en terstond zult gij een ezelin vastgebonden vinden, en een veulen bij haar. Maakt haar los en brengt haar tot Mij.
(Brengt haar: het jong volgt dan wel.)
Mattheüs 21:6-7
Nadat de discipelen heengegaan waren en gedaan hadden, zoals Jezus hun had opgedragen, brachten zij de ezelin en het veulen en zij legden hun klederen erop, en Hij ging daarop zitten.
(Het Grieks zegt tweemaal 'op hen'. Zie hiervoor getallensymboliek.)

Hier is dan ook geen tegenspraak met de andere evangelisten, die de merrie niet noemen.

Marcus 11:1-2
En toen zij dicht bij Jeruzalem kwamen, bij Betfage en Betanie aan de Olijfberg, zond Hij twee van zijn discipelen uit, en zeide tot hen: Gaat naar het dorp, dat tegenover u ligt, en terstond, als gij er binnenkomt, zult gij een veulen vastgebonden vinden, waarop nog nooit een mens heeft gezeten; maakt het los en brengt het hier.
Marcus 11:4
En zij gingen heen en vonden een veulen vastgebonden bij de deur buiten aan de weg, en zij maakten het los.
Marcus 11:7
En zij brachten het veulen tot Jezus en legden hun klederen daarop en Hij ging erop zitten.
Lukas 19:28-30
En toen Hij dit gezegd had, ging Hij hun voor om op te gaan naar Jeruzalem. En het geschiedde, toen Hij dicht bij Betfage en Betanie kwam, bij de berg, genaamd Olijfberg, dat Hij twee van zijn discipelen uitzond, en zeide: Gaat naar het dorp hiertegenover en als gij het binnenkomt, zult gij daar een veulen vastgebonden vinden, waarop nog nooit iemand gezeten heeft; maakt het los en brengt het hier.
Lukas 19:33-35
Toen zij het veulen losmaakten, zeiden de eigenaars tot hen: Waarom maakt gij het veulen los? En zij zeiden: De Here heeft het nodig. En zij brachten het tot Jezus, en wierpen hun klederen over het veulen en hielpen Jezus er op.
Johannes 12:14-15
En Jezus vond een jonge ezel en Hij ging erop zitten, gelijk geschreven is: Wees niet bevreesd, dochter Sions, zie, uw Koning komt, gezeten op het veulen van een ezel.