De oproep

Hier, aan het eind van deze collectie apologetisch materiaal, wordt de cirkel gesloten door terug te verwijzen naar de opmerking aan het begin dat apologetisch onderzoek niet vrijblijvend is. De gevormde feitelijke overtuiging, is Jezus nu wel of niet opgestaan, is Hij wel of niet Gods Zoon, staan wij wel of niet voor de keuze van Zijn genadeaanbod, moet leiden tot een existentiële beslissing.

Niemand kan die beslissing voor een ander nemen, en niemand kan haar voor zichzelf ontlopen: niet, of nog niet, beslissen is een negatieve beslissing.

Het laatste praktische argument voor het bestaan van God is het experiment. De Bijbel bevat de volgende belofte: „Jezus antwoordde hun en zeide: Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft; indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek.” (Johannes 7:16-17).

Tot hier toe hebben we enkel verwijzingen naar God gezocht en gevonden. Het werkelijk overtuigende argument is de persoonlijke ontmoeting met Hem. Die kunnen wij mensen niet afdwingen, maar God wil Zich wel bekend maken aan wie zich aan Hem overgeven (Johannes 14:21-24). In de Bijbel kunnen we God zelf zoeken en vinden.

Hier geldt wel het argument van Pascal: door Jezus aan te nemen verliezen we een eindig voordeel om een oneindig te winnen; door Hem af te wijzen doen we het omgekeerde (Filippenzen 3:7-8).

((Te doen.))

Een oproep.

„Geloven is een werkwoord”: als mijn geloof mij niet persoonlijk raakt is het geen waar geloof — maar geloof is gebaseerd op feiten, en gevoelens en ervaringen zijn hooguit een toegift die ons niet beloofd is. Vergelijk een huwelijk: liefdesgevoelens horen daarbij, maar het ontbreken daarvan maakt het gehuwd-zijn nog niet onwaar. Het „raken” is niet psychologisch-emotioneel, maar wil en daad. Toeëigening: het geloof is pas waar als het waar is voor mij (vergelijk het „subjectivisme zonder meester van de waarheid te zijn”).

Wie het gehele boekje tot hier toe heeft doorgewerkt zal niet verbaasd zijn dat juist hier velen afhaken — of eerder zijn gaan tegenstribbelen om te voorkomen dat ze hier terecht zouden komen.

Tegenwerping (Onderwerping onjuist):
Onderworpenheid strijdt met de menselijke waardigheid en vrijheid.
Antwoord:
Onderworpenheid aan een mens, een dictator wel. God is zò dat onderwerping aan Hem juist leidt tot vrijheid, tot geen slaaf van de zonde meer zijn, tot „tot ons doel komen”.